POLLEN & SOKKEN
0 Comments

Vrijwilligers Aller Steden Verenigt U in Antwerpen voor “’t Schoon Verdiep”

Geef toe, je zou al voor minder in Antwerpen gaan wonen.
Daar hebben ze zo’n respect voor vrijwilligerswerk, dat ze er zelfs graag bij de politie zouden willen inlijven. Niet in de hospitalen, Niet in de Cultuurcentra. Neen, bij de locale politie! Om te helpen “orde” op zaken te stellen.

Toen ik in 1976 aan de Stad Brussel begon te werken als allereerste Animator voor de Jeugd, werd me gevraagd om “iets” te doen tegen die vandalen, die de zitbankjes uit de grond trokken in de parken. Daar waar “de ouderen van dagen” kwamen zitten om stukjes brood aan de eenden te voederen. Die snotapen hadden geen respect voor de oudjes! Onze Schepen voor Onderwijs en Jeugd had liever een andere oplossing gezien dan de Schepen van de Groene Ruimten. Die zag al gepensioneerde politie-agenten in de parken rondlopen om die “kleine krapullekes” aan hun oren te trekken. Hun matrak en hun fluit mochten de flikken met rust nog houden. Hun wapen moesten ze wel indienen: ze waren te oud om daar nog mee te spelen. Daarbij, ze hadden  al te veel “de bibber” om nog op het doel te kunnen mikken. Stel dat ze er naast zouden schieten. Stel dat ze een moeder met een kind zouden treffen in de plaats van die vervelende puber die weer kattekwaad aan het uitsteken was.

Wel, goede Vrienden Vrijwilligers, er ligt een nieuwe loopbaan op u te wachten in Antwerpen. De burgervader van deze Vlaamse havenstad heeft het licht gezien. Hij vindt dat burgers bepaalse taken van agenten zouden kunnen overnemen. Eureka! De “vrijwilligerspolitie” is op komst. Beste “bitterballen” van ’t Stàd, ’t is ’t moment om wraak te nemen op dat gespuis dat je buurt onveilig of toch minstens minder gezellig maakt. Schrijf je in bij de “stedelijke burgerwacht” onder de auspiciën van de Burgemeester. Als historicus zou hij toch moeten weten dat in zijn “vrijwilligerspolitie” wel degelijk het gevaar schuilt dat er in Zijn Stad nogal wat mensen wonen die maar al te graag over wat macht zouden willen beschikken om “oog om oog en tand om tand” de prioriteit te geven boven de “ordehandhaving”. (Toch ook een lelijk woord, vind ik.)

Als doorwinterde “vrijwilliger” in het Belgische cultuurlandschap vind ik dit toch weer een ernstige devaluatie van het begrip “vrijwilliger”. Het zal alleen nog moeilijker worden om vrijwilligers te vinden, daar waar ze wèl nodig zijn.

2