A NEW DAY IS BORN/POLLEN & SOKKEN/Uncategorized/You, YourSelf & RIE
0 Comments

Leve de “komkommertijd” !!!

Niet dat ik gek ben op komkommers. Geef mij liever een fris tomatenslaatje.

Maar het fijne van de “komkommertijd” is, dat de media niet elke dag die onwelriekende politieke spelletjes moeten opvolgen. Want ze zijn allemaal met vakantie. Er is nu ruimte voor meer diepgaand  leesvoer …

en of !!!

Gewoonlijk kopen wij onze weekendkranten bij de dichtstbijzijnde Standaard boekhandel. Maar vorige zaterdag (30 juli 2022) waren ze (nog) niet “met zorg gebracht”, ook niet in de grootwarenhuizen … In het vernieuwde station van Vilvoorde hebben we de laatste exemplaren kunnen op de kop tikken … We konden weer naar hartelust een paar dagen lezen …

Nog nooit was die weekendlectuur zo boeiend als vorig weekend …

De Standaard Weekblad

Vorig weekend las ik het fijnste, interessantste De Standaard Weekblad van het jaar van A tot Z.
Dat gebeurt anders bijna nooit. De ondertitel “verhalen, cultuur & gids” was voor het eerst helemaal terecht, vond ik.

Onder de dubbele hoofding “De cultuursector opnieuw sluiten was achteraf gezien een fout” en “Dat was voor iedereen in mijn omgeving vooraf al duidelijk”, maakten Kasper Goethals en Griet Plets een prachtinterview van de stijve minister van Volksgezondheid en de soepele drummer, docent en doctoraatsstudent: een open en eerlijk gesprek met Frank Vandenbroucke en Lander Gyselinck. De verschillen waren nogal te verwachten; de gelijkenissen tussen die twee schone mensen was minder evident.

Het “Pottenbakken om aan jezelf te schaven” sprak me bijzonder aan omwille van de aanpak van het artikel, van de persoonlijkheden die aan bod kwamen. DankUwelllMersie!!! Cathérine De Kock voor deze blik uit een andere invalshoek.

Alleen al de titel van het artikel van Steven De Foer, “DE SLAAF DIE ALS EERSTE ROND DE WERELD VOER”, lokte mijn aandacht onmiddellijk. Dankzij onderzoek van de Amerikaanse historicus Laurence Bergreen wordt ons een totaal nieuwe kijk gegeven op de verdiensten van Fernâo de Magalhâes (Ferdinand Magellaan). Hij sneuvelde op 27 april 1521 onderweg, in Mactan (Filipijnen) en heeft zelf dus nooit de wereld rondgereisd. Er bleven slechts 18 man en één schip over van de 260 manschappen en 5 schepen die op 20 september 1519 vertrokken waren uit Sanlúcar de Barrameda (Spanje). Bij de aankomst van de Victoria ,op 6 september 1522, had Juan Sebasián Elcano het commando in handen. Maar eigenlijk had Enrique, de slaaf, die Magellanan in de Filipijnen gekocht had, al jaren voordien de wereld rondgereisd …
Hoe geschiedenis geschreven wordt …
Maar ook hoe we moeten blijven zoeken naar wat eventueel, misschien, de waarheid zoou kunnen zijn …

En dan dat artikel van Bas van Putten, “Het laatste vluchtoord”, met als ondertitel “In je eentje autorijden is schepen achter je verbranden. De verlossing van het lawaai wordt de confrontatie met jezelf. Daar zie je de holle kern van de mens zonder bereik.”
Zàààlig geschreven. Ontluisterend. Very to the point !!!

Zo’n weekendblad gaf me weer “goesting” om zelf te schrijven …

 

 

0
Uncategorized/You, YourSelf & RIE
0 Comments

Maar het was geen slang!

Een jaar of zestien moet ik geweest zijn …
In een vakantiekolonie in Oostduinkerke was ik als hulpmonitor aangeworven om kinderen te begeleiden en met hen te gaan zwemmen in de zee, te gaan spelen op het strand en in de duinen.
Tegen vier uur bracht men ons grote blikken dozen, zo van die koekendozen, maar dan zonder merk op de doos: dat waren onze boterhammen met choco … en zand.
Het is van toen dat ik altijd zeg: “Eén dag aan zee is gelijk aan een week zand in je bed.”

Het eten was er voortreffelijk in die vakantiekolonie: zowel ’s morgens, ’s middags als ’s avonds.
Bij het ontbijt was er dikwijls een halfgekookt eitje: we sneden onze boterhammen in “soldaatjes” om in het eitje te betten; lekker was dat.
Het middagmaal bestond altijd uit een stukje vlees (zowel kip als runds- of varkensvlees), groenten en flauw gekookte aardappelen. Op vrijdag: vis.
’s Avonds kregen we brood met confituur. Al waren we al wel begin jaren ’60, de vierkante sneetjes wit brood deden soms denken aan dat van de Expo-’58.

Alle kinderen waren blij. Dat dachten wij.
Behalve toen we er eentje moesten gaan zoeken die was gaan lopen: aan onze aandacht “ontsnapt”. Alle monitoren en hulp-monitoren werden onmiddellijk gealarmeerd, zelfs het keuken- en onderhoudspersoneel werd erbij gehaald en er werd een zoektocht georganiseerd. We vonden “ons mannetje” terug in Koksijde. Hij dacht zich nog net te verschuilen tussen geparkeerde wagens, maar we hadden hem gezien. Hij had heimwee naar huis.
Een fijn gesprek met een verpleegster, die hier meer de functie van psychologe moest uitoefenen, gaf hem weer de moed om zijn vakantie verder door te brengen met alle andere kinderen.

Overnachten deden we in een vakantietehuis in het centrum van Oostduinkerke. Zo’n “kamp” lijkt wel op een schoolgebouw, maar het was er wel knus en gezellig gemaakt door het decor dat de kinderen zelf hadden gemaakt op regenachtige dagen.
Sommige bedden piepten wel, maar de matrassen waren zacht. De lakens ook. De dekens van het soort irritante wol, die jeukte, waren het enige minpunt. Het was er, normaal gezien, goed slapen.

Toch werd ik op een nacht plots wakker. Ik droomde dat er een slang in mijn pyjama was gekropen.
Maar het was geen slang!
Het was de pastoor die in mijn pyjamabroek op zoek was naar dat kleine speelgoed tussen mijn benen. Als zoiets gebeurt krimpen de meeste kinderen en jongeren van angst, te bang om te bewegen, durven niet voor zichzelf opkomen … in die tijd toch zeker niet … want toen “deden pastoors en bisschoppen” zoiets toch niet!
In mijn geval was dat “pech” voor meneer pastoor. Ik was nogal assertief opgevoed en het resultaat was dat meneer pastor een lap om zijn oor kreeg …
De volgende dagen heb ik hem niet meer gezien.

Ik heb er pas later bij stil gestaan: dat het jongetje dat was gaan lopen had misschien ook wel gedroomd dat er een slang in zijn pyjama was gekropen …
Maar het was geen slang!
Wie weet …
Misschien heeft hij het aan die verpleegster verteld. Misschien heeft zij die pastoor aangeraden om “ergens anders voor slang te gaan spelen”.

 

0
A NEW DAY IS BORN/POLLEN & SOKKEN/SCHATTEN OP ZOLDER/You, YourSelf & RIE
0 Comments

Museum Mag – Muziek Niet

Men zegt ons dat de corona oorlog pas zal gewonnen zijn
als iedereen, of toch minstens 70% van de bevolking,
gewapend zal zijn met een vaccin
maar dat we ondertussen wel wat veldslagen kunnen winne
door alles op slot te draaien waar veel volk naartoe komt.

Men zegt ons ook dat men onze Cultuur belangrijk vindt …
maar de werkelijkheid is, in deze tijden van pandemie,
dat de culturele sector de enige is die verwaarloosd wordt.
Alleen de museums mochten – na de eerste “blijf in uw kot” periode -voorzichtig hun deuren openen. We mogen dus van geluk spreken, want in de meeste andere Europese lidstaten zijn de museumpoorten dicht.

“Iedereen gelijk voor de wet”

Men houdt wel rekening met enkele, vooral economisch belangrijke sectoren. Alle winkels mogen open op voorwaarde dat ze een aantal “regels” respecteren die corona-proof “shoppen” moeten mogelijk maken. Bij voorbeeld: één persoon per winkelkarretje met neus-mondmasker …
Voetballers mogen altijd al met de bal “spelen”, het gras vol spuwen en mekaar rond de nek vliegen als ze dan eindelijk eens een doelpunt hebben gemaakt. En of ze de grasmat betreden of niet, de miljoenen €€€ komen sowieso op de rekening (liefst in het buitenland) terecht.
Maar muzikanten en acteurs hebben (bijna) uitsluitend thuis moeten/mogen “spelen”, via uitgestelde of rechtstreekse “livestreamings”. De meeste artiesten hebben geen vaste €€€stroom naar hun rekening, zijn niet “beschermd” tegen ongevallen. Als ze in een academie of een conservatorium les geven, dan hebben ze nog een vast loon getrokken. Maar al die andere muzikanten zien al maanden “zwarte sneeuw”.

Men zegt ons dat onze politici ons land of gewest of gemeenschap op democratische wijze (moeten) besturen. Al is het feit dat er enkele ministers niet eens op de kieslijsten stonden toch op zich ook al geen goed voorbeeld van Goed Bestuur.

“Living Museum
of
Dying Music”

Men zegt ons dat wetenschappers steeds nieuwsgierig moeten zijn, dat ze ook op creatieve manier te werk gaan in hun zoektocht naar antwoorden op grote of kleine vraagstukken en dat ze, net als detectives met een vergrootglas, ook op verborgen plekjes gaan speuren naar oplossingen voor allerlei problemen.

Creativiteit is dus zeker geen monopolie van de culturele sector, maar om te overleven moeten zowel de Artiesten als de Organisatoren heel wat creativiteit aan de dag leggen.

Zo waren mijn Goede Vriend Guy Trifin en ikzelf
op dinsdag 16 februari 2021 de gelukkige aanwezigen op een schitterend initiatief van MuziekPublique in het Théâtre Molière, Bolwerksquare 3 te Elsene, 1050 Brussel, bij de Naamse Poort.
We mochten met 4 personen (“one of the very many corona rules”)
op Museumbezoek en kregen 3 prachtige mini-concertjes voorgeschoteld … ingekaderde kunst zoals het in een museum past.

Eerst gingen we de trap op naar de derde verdieping …

© Rie

… om naar Vardan Hovanissan, Malabika Brahma en Emre Gültekin te luisteren. We hebben in het MuziekMusée kunnen genieten van een concertje van ongeveer 45 minuten. De kwaliteiten van Vardan en Emre kende ik al jaren, maar nu was ik toch serieus on der de indruk van die stem van Malabika.
Braaf, met neus-mondmaskers aan, op vier ver van elkaar verwijderde stoelen, zien we te genieten van Live Muziek. En we hebben de muzikanten niet geknuffeld, zelfs onze ellebogen hebben elkaar niet aangeraakt.

Daarna mochten we naar de grote zaal in het Molière Theater. Het contrast was enorm: een zaal van pakweg 300 seats waar 4 mensen ver van elkaar verspreid naar 2 fantastische muzikanten zaten te luisteren. Het was eigenlijk wel aandoenlijk, hoe blij Wouter Vandenabeele & Bao Sissiko waren dat ze toch nog eens in ’t ècht mochten spelen voor èchte mensen.

© Rie

Hij nodigde het “voltallige publiek” wel al uit om in april … of mei … of juni
in deze mooie bonbonnière naar de voorstelling van hun nieuw album te komen luisteren: die CD is al een hele tijd klaar, maar kon – we weten allemaal waarom – nog niet aan een publiek worden gepresenteerd.

Dan mochten we naar het gelijkvloers van het Théâtre Molière, waar het foyer van MuziekPublique zich bevindt.
De bar was uiteraard gesloten – we weten allemaal waarom er in geen enkel museum iets gedronken kan worden – dus ook niet in dit
“Levend Museum van Stervende Muziek”.
Er werd hier wel meteen duidelijk gemaakt, dat ze nog niet helemaal dood is, de Cultuur. Maar ze moet wel dringend de nodige zorgen krijgen of ze sterft aan een slepende ziekte, veroorzaakt door een virus waar ze zelf niets kan aan doen.
We mogen dit toch niet laten gebeuren, dat dergelijke Schoonheid uit ons leven zou worden verbannen, geschrapt, vermoord …
zoals deze van het trio Les Contes d’Alfonsina:

De passie die Sofia Romano, met haar mooie stem uitstraalde, het discrete maar fijne gitaarspel van Marco Papadia en de vurige viool van
Fred Gairard zorgden voor een mooi orgelpunt bij ons bezoek aan het
“Living Museum of Dying Music”

Zàààlig was dat voor ons, om muzikanten nog eens “in ’t ècht” bezig te zien en te horen. Ook voor hen was het een emotioneel moment, om nog eens voor een “ècht publiek” te kunnen (mogen?) spelen … al moet het tegelijk wel triest zijn geweest van met 2 prachtige artiesten op het podium 4 mensen in een gewoonlijk volle zaal te zien zitten.

Een hartelijk DankUwelllMersie!!! aan de Muzikanten en aan de hele ploeg van MuziekPublique !!!

Er waren eigenlijk drie sessies in de loop van de namiddag. Guy en ik waren de gelukkigen die, zoals dat nog al eens gebeurt, bij de laatsten waren, die het licht uit doen.
In de eerste sessie werd geconcerteerd door Tammam Al Ramadan & Fakher Madallal, Constanza Guzmán & JeanFrançois Prins en Patricia & Osvaldo Hernandez
De tweede sessie bracht ook weer drie groepen Las LLoronas (Sura Solomon, Amber in ’t Veld, Marieke Werner), Euforró (Jonas Malfliet, Antoon Kindekens, Alice Loparic) en het trio van Emanuela Lodato, Vincent Noiret, Jonathan De Neck

Zeven werken van barmhartigheid ?

Let wel, ook “koken is kunst” !
Het is niet aan iedereen gegeven om “hongerigen te spijzen” op stijlvolle en tegelijk warme, gezellige wijze. Het vraagt soms veel talent om sommige mensen, de arroganten zowel als de sympathieke, op een vriendelijke manier alleen mar lekkers op hun bord voor te schotelen.

Ook de “dorstigen laven” is soms pure kunst. Om “een goei pint” te tappen moet je over het juiste talent en heel wat vaardigheid beschikken. Het vraagt ook heel wat mensenkennis. Niet elke tooghanger is “sociaal”. Een goede cafébaas moet ook een beetje “psycholoog zonder diploma” zijn.

De sociale en de psychologische rol van de horeca sector komt af en toe wel eens aan bod, maar meestal hoor je alleen het cliché-achtige geklaag van de kleine zelfstandige ook. “Om de poen is het te doen”. Het zou mijns inziens “wijzer” zijn om het ook over hun “vakmanschap” te hebben, over de creatieve aspecten in hun beroep.De naakten kleden

© Caravaggio

Omdat we de naakten moeten/willen kleden zijn die winkels wèl al lang open mits respect voor “de regels”

Met de vreemdelingen herbergen hebben we het al langer lastig, want die “komen ons werk afpakken” zeggen de meest rechtse lieden onder ons.

De zieken verzorgen !!! Corona zal in deze materie hopelijk wat positieve sporen nalaten. Dat kan dan wel alleen op voorwaarde dat onze politici hebben ingezien hoe nefast hun jarenlange “besparingen” zijn geweest. Applaus op de balkons en witte lakens aan de vensters zullen het probleem in de toekomst niet oplossen. Maar de bevolking kiest voor en betaalt politiekers om het dagelijks leven te verbeteren. Niet om het ondraaglijk te maken !

De gevangenen bezoeken: ik vrees dat ook hier corona serieus “huis gehouden” heeft. Net als in de rusthuizen (pardon, dure woonzorgcentra) waren de mensen hier dubbel geïsoleerd. Niemand mocht bezoek ontvangen: dat moet toch wel heel er zijn om geen echtgenoot/echtgenote, geen kind(eren) op bezoek te (mogen) krijgen

De doden begraven ? Men zou denken: “Dat is nog eens een sector met toekomst. Zo’n pandemie doet de kassa rinkelen !!!” Maar … begrafenissen zonder koffietafels, met een klein aantal mensen die toegelaten worden om “afscheid te nemen” van hun naasten, geliefden, vrienden … toch ook niet zo evident.

Nog eentje …
om te lachen :

De zeven geestelijke werken van barmhartigheid zijn:

  1. De onwetenden onderrichten
  2. In moeilijkheden goede raad geven
  3. De bedroefden troosten
  4. De zondaars vermanen
  5. Het onrecht geduldig lijden
  6. Beledigingen vergeven
  7. Voor de levenden en overledenen bidden
28
POLLEN & SOKKEN/You, YourSelf & RIE
1 Comment

Brusselaars en “hun Zenne”

Steden worden geboren waar stromen bijeen komen,
waar rivieren samenvloeien, waar mensen elkaar ontmoeten op plaatsen waar ze mogen handeldrijven, waar ze stoffen en meubels kunnen ruilen voor eetwaren en vice versa. 

Maar Brussel, och arme, werd geboren op een moeras tussen verschillende rivierarmen. De naam Broek-sele, komt uit het oud-Germaanse Broka, dat “moerassig gebied” betekent en Sali wat staat voor “uit één ruimte bestaand huis”.

So, Brussels became a city, on a place on the brooks, where people felt home on the marsh between the river arms of the Zenne … or Senne, if you prefer.

Brussel, hoofdstad van België, Vlaanderen en Europa, werd door haar eigen bewindvoerders vaak verwaarloosd en meermaals verkracht. 

Denk maar aan de hele buurt rond het Noordstation, waar alles en vooral iedereen, moest wijken voor een megalomaan project:
“World Trade Center” klinkt stoer, maar heeft alleen met poen te doen. 

De chirurgische ingreep halverwege de 19de eeuw, om Noord- en Zuidstation met elkaar te verbinden, ook bekend als “Spoorlijn 0”, heeft een enorme sociale impact gehad. Maar ja, in Parijs en in Londen moet je toch nog altijd station in en station uit, om met de trein verder door te reizen.

Het is nog veel erger gesteld met de hele strook van aan het Jubelpark tot het Luxemburgplein, waar alles moest sneuvelen voor de macht, voor het Europees kapitaal. Wie weet daar nog, ergens tussen de gedrochten van Europese kantoren, het mooie Résidence Palace liggen? Behalve dan de journalisten die er naar het Internationaal perscentrum gaan. Misschien zijn ze er wel al op restaurant geweest, maar hebben ze nog nooit het prachtige zwembad gezien in dit art-deco gebouw van architect Michel Polak.

Bruxelles, capitale de la Belgique, de la Flandre et de l’Europe, …
la Communauté Française lui a lâchement tourné le dos
pour aller installer sa Fédération Wallonie-Bruxelles à Namur …
avec balcon et vue sur Meuse.

“Ah (très cher André Bialek) la belle gigue” que nous aurions pu danser … mais il y a déjà trop longtemps qu’on “ne sait plus sur quel pied on pourrait se mettre à danser”.

Water heeft een bijzondere aantrekkingskracht. Het zorgt ook voor “verbinding”. In de 15de eeuw werd er reeds, naast een kronkelende Zenne, een beter bevaarbaar kanaal aangelegd: de Bruesselsche Schipvaert verbond in 1561 Brussel al met Willebroek.

Een stad zonder stroom is als een dorp zonder ziel.
Brussel heeft haar Zenne overwelfd tussen 1967 en 1871.
Soignies (Zinnik, pour les Flamands) deed dat tussen 1896 en 1933 en Vilvoorde en Halle konden het ook niet laten … tussen 1933 en 1955.

Brussel bestaat alleen nog uit beken: de Maalbeek stroomt vanuit de abdij Ter Kameren in Elsene via Etterbeek en mondt in Schaarbeek uit in de Zenne. Maar ook de Maalbeek werd grotendeels overwelfd: er blijven alleen nog zes vijvers over van aan Flagey tot in het Josaphatpark.

Brusselaars dromen al lang om “hun Zenne” weer te zien. Ze hebben ze zelfs een vereniging voor gesticht: de vzw ZenneSenne asbl en/of 
De ZenneZotten. Ik herinner me nog een actie op 19 november 2008 in de Ortsstraat: Brusselse schoolkinderen hebben er gevist in containers aan de Beursschouwburg.

Brussel kreunt en weent, Manneke Pis plast 24/7 en heeft geen last van zijn prostaat … en het Bronzen Zinneke … die doet alsof hij tegen een paaltje zeikt aan de hoek van de Kartuizersstraat en de Oude Graanmarkt.

“Brussel g’hebt mijn hart gestolen” zingt Johan Verminnen.
4
You, YourSelf & RIE
0 Comments

Cultuurcentrum BOLWERK

before LOCKDOWN closing time
29/10/2020

Quentin Dujardin & Didier Laloy 

“Water & Fire”

© RIEke.brussels

We zeggen en schrijven: woensdagavond 29 oktober 2020.
En we gaan naar het Cultuurcentrum BOLWERK voor
Het Laatste Avondmaal … ik bedoel … het laatste avondconcert vooraleer de totale “LOCKUP”. Morgen gaat alles potdicht! Cultuurcentra, Concertzalen, Musea, … allemaal moeten ze hun deuren sluiten om de uitwassen van het coronavirus in te dammen en de zorgsector te helpen “het beest” te overwinnen. Ik weiger om dit nog “lockdown” te noemen!!! We worden immers toch opgesloten. We moeten zogezegd niet meer “in ons kot” blijven, maar we kunnen toch ook bijna nergens naartoe.

Alleen naar Bibliotheek en Bos mogen we nog gaan …
en naar voetbal mogen we nog kijken op teevee.

… want voetbal … dat telt niet mee in de statistieken …

Maar goed …

Back to Music :
Quentin Dujardin & Didier Laloy

@ CC Bolwerk – Vilvoorde

Na heel wat eigen projecten en steeds meer internationale ervaring, brengen gitarist Quentin Dujardin en accordeonist Didier Laloy samen muziek die hen op het lijf geschreven staat.
Twee tegengestelde muzikale temperamenten balanceren in symbiose tussen jazz, klassiek, folk en filmmuziek.

Zoals de titel van hun rijk, melodieus album “Water & Fire” het omschrijft, vullen deze artiesten elkaar prachtig aan en zorgen ze voor een klanksensatie met zowel brandende als ijzige momenten. Een intens muzikaal moment waarop ruimte en tijd even stoppen. Adrien Tyberghein, de jonge bassist van l’Opéra National de Paris, zorgt voor de ideale brug tussen beide muzikanten. Met zijn strijkstok doet hij een klassiek universum herleven dat allesbehalve stoffig klinkt, maar uitblinkt in verfijndheid en virtuositeit.

© RIEke.brussels

Het trio bracht een schitterend concert in het Cultuurcentrum BOLWERK te Vilvoorde. DankUwelllMersie!!! om te blijven “vechten” voor de goede zaak. En te blijven geloven in de Schoonheid van Cultuur in het algemeen en van Muziek in het bijzonder!!!

Het gebeurrde wel een zeer bizarre sfeer, zo’n optreden:
de muzikanten spelen enkel zittend … wat voor Didier een hele ‘opdracht’ moet zijn geweest😉 … op 2 meter van elkaar …
het publiek zit in ‘bubbels’ mèt mondmasker 😷 en minstens 3 meter tussen die ‘bubbels’.
Schoon !!! Maar tegelijk ook Triest !!!
Het deed soms wel denken aan een ‘definitief’ afscheid …
Alles verliep totaal contactloos !!! en toch mag het de volgende weken niet meer 😰 

Alleen voetbal – toch per definitie een “contactsport” – dàt mag wèl nog …
en je zal me niet wijsmaken dat die voetballers, die mekaar eens goed vastpakken als ze een doelpunt maken, na de wedstrijd in quanrantaine moeten gaan, omdat ze misschien besmet zijn geraakt.
Het is uiteraard wel een feit dat voetballen een belangrijke activiteit is voor de Belgische economie: bij elke trap tegen de bal verdient elke voetbal speler een meervoud van wat de muziek speler voor een avondvullend concert verdient !
Onze politiekers hebben blijkbaar nog altijd niet door dat cultuur ook een belangrijke speler is in de economie en dat er ook een heel rits aanleverende beroepen bij komen kijken … die dan ook allemaal “aan den dop” moeten gaan in de plaats van BTW of Bedrijfsvoorheffing af te dragen.

3
You, YourSelf & RIE
2 Comments

JAZZ STATION – zaterdag 2020 10 03

© RIE

Als bestuurslid van de asbl JAZZ STATION vzw, was het mijn genoegen (en privilegie) om mijn Geode Vriend Guy Trifin uit te nodigen om met mij mee te gaan naar het optreden van …

Lorenzo Di Maio Trio ft. Ensemble UFO – Openingsconcert

van het seizoen 2020-2021

© RIE

Het Lorenzo Di Maio Trio is samengeseld uit
Lorenzo Di Maio – gitaar, composities
Sam Gerstmans – contrabas
Antoine Pierre – drums
en het Ensemble UFO = Ultra Foniiki Orchestra :
Maritsa Ney – viool I
Martin Lauwers – viool II
Marie Ghitta – altviool
Marine Horbaszcewski – cello

© RIE

Ze brachten een première van een nieuw project dat ze pas opgenomen hadden om binnenkort op CD uit te brengen.
Het eerste nummer, ‘The End And The Beginning”, maakte meteen duidelijk dat de toehoorder het snaarkwartet als een vierde solist zou moeten/kunnen percipiëren.
“Blues Something” was inderdaad opgebouwd rond een typisch blues thema dat dan verder uitgesponnen werd tot “something else”.
“Looking For The Beats”
“No More Samba” was ook wèl een samba, maar dan eentje “met een hoek af”.
“Carmela”
“Deux Chats”
“Elia”, het nummer dat de naam kreeg van zijn geliefde, toonde duidelijk aan dat Lorenzo toch heel dikwijls teruggrijpt naar de stijl of de sfeer van Philip Catherine: het melodietje kon even goed door hem gecomponeerd geweest zijn.

© Alvaro Cosi : “Je crois que je vous ai trouvés!”

Daarna kwam er niog een welverdiend bisnummer … Guy en ik gingen onmiddellijk de muzikanten gelukwensen met hun nieuwe project.

Om nog wat na te praten en omdat we ook wel honger hadden, volgden we de goede raad van Kostia (directeur van de Jazz Station). We hebben heel lekker gegeten in het Libanees restaurant, ZALINE. De patron is een vriendelijke, gezellige mens, die ook de tijd nam om tussendoor even met ons te praten: niet alleen om ons een goede Libanese wijn aan te raden, maar ook om ons te vertellen dat hij, als vluchteling uit Syrië, met Arameense roots, eerst in een kledingszaak had gewerkt tot hij de moed en de middelen had om een eigen zaak op te starten … met succes !!!
Het restaurant zat vol. Er was ook duidelijk een groep die daar was om een verjaardag te vieren …
Al gebeurde dat allemaal wel helemaal coronaproof (denk ik).

52
You, YourSelf & RIE
0 Comments

Hungarian Belgian Jazz Club 2020 09 15

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Tamás Zsári
De Hongaarse saxofonist is de organisator van de Hongaars-Belgische Jazz Club die regelmatig doorgaat in het Hongaars cultureel Instituut (Balassi Institute Brussels). Normaal gezien nodigt hij prominente Hongaarse musici uit om op te treden met een groep van Belgische instrumentalisten.

© RIE

Tamás Zsári (saxofoon) is geboren in Boedapest en studeerde af aan de Franz Liszt Academy of Music. Daarna verhuisde hij naar de VS en woonde daar 3 jaar. In 2001 aanvaardde hij de uitnodiging van Budapest Jazz Orchestra om zich bij het ensemble aan te sluiten. Hij is een van de oprichters van het Modern Art Orchestra. Hij speelde samen met vele bekende muzikanten, zoals Bob Mintzer, Peter Erskine, Dave Liebman. Met zijn band speelt hij ook eigen composities. Hij speelde op verschillende festivals in Hongarije en in Europa. Momenteel woont hij in Brussel.

Bart De Nolf (contrabas) werd in 1965 in Brugge geboren en studeerde in 1987 af voor klassieke contrabas aan het Koninklijk Conservatorium van Gent. Sinds 1986 is hij lid van het “BRT Jazz Orchestra”. Sinds 1988 is hij professor aan het Koninklijk Conservatorium van Gent en ook van Brussel. Hij speelde ook met popbands en trad op met verschillende freelance muzikanten. Hij was lid van het Toots Thielemans Quartet, waarmee hij samen speelde in Europa en over de hele wereld.

Toni Vitacolonna (drums) (°1987) koos op zijn 16de resoluut voor drums, nadat hij in de muziekacademie van Roeselare zijn klassieke opleiding piano, drums en trompet doorlopen had. Aan de Kunsthumaniora te Antwerpen kreeg hij in de richting pop-jazz les van Yves Peeters, Koen Lieckens, Ewout Pierreux en Bart Defoort. Hij volgde verschillende masterclasses bij onder meer Bruno Castellucci, Jan de Haas, Billy Hart, … Na vier jaar aan het Lemmensinstituut in Leuven voltooide hij zijn masteropleiding aan het Conservatorium van Amsterdam bij Martijn Vink.
In 2006 richtte hij samen met Peter Delanoye (trombone) de DelVitaGroup op met verder ook Steven Delannoye (saxen), Bart Van Caenegem (piano) en Janos Bruneel (bas). Sinds 2011 is hij tevens vaste drummer van het Brussels Jazz Orchestra.

© RIE
3
You, YourSelf & RIE
0 Comments

Dagje Django en Zo

Op zaterdag 5 september 2020, heb ik mezelf getracteerd op prachtige muziek, met een “Dagje Django en Zo”
om 15:00 zat ik bij BOZAR OPEN AIR MUSIC
op de vooraf gereserveerde stoel A1
op het Dakterras Errera, Koningsstraat 10, 1000 Brussel

“FIDDLER ON the BOZAR ROOF”
waren Renaud Crols & Friends

© RIE

Renaud Crols

Renaud Crols (°1983) behaalde zijn eerste prijs viool aan het Koninklijk Conservatorium te Luik. Aanvankelijk speelde hij vooral klassieke kamermuziek, maar zijn avontuurlijke ziel bracht hem mettertijd ook richting jazz, meer specifiek de manouche-stijl. Intussen is hij van alle markten thuis: van Indisch tot Afrikaans, van Bach tot Balkan. Je ziet hem vaak zij aan zij met Tcha Limberger en Les Violons de Bruxelles, met Karim Baggili, maar hij trok ook op met wereldbekende Roemeense groep Taraf de Haïdouks.

Zelfstandige muzikanten zoals Renaud Crols hebben het in deze coronatijden hard te verduren. Maar ze blijven niet bij de pakken zitten.
Hij was zelf één van de eersten die de kat aan de bel bond en publiek alarm sloeg. Hij lanceerde een crowdfunding-campagne via sociale media en zette zich mee in om de precaire situatie van collega freelance muzikanten onder de aandacht te brengen. 

Op BOZAR Open Air presenteerde hij met zijn eigen band muziek uit alle windstreken op het terras van BOZAR met zicht op de stad.

© RIE

De presentator kondigde dit concert aan als “le premier concert après
‘le silence’ depuis le mois de mars”
. dat geldt misschien wel voor BOZAR, maar ik heb samen met mijn Vrienden Guy en Ben, die ook op het dak van BOZAR zaten, toch in augustus al enkele concerten mogen meemaken.

Het kwartet begon met “Pleurons tout bas” (vrij vertaald), een Braziliaanse choro en brachten als tweede nummer een compositie van Django Reinhardt: “R26”. De twee Renauds zijn allebei grote fans van Richard Galliano en speelden dan ook met veel zwier zijn “Waltz for Nicky”. Later speelde de groep ook nog een compositie van Renaud Dardenne, die hij de titel gaf van “Gallianologie”. Ze brachten ook nog een nummer van Benjamin Clement: “La Pleine de Jeu” en toch nog één nummer vanDjango Reinhardt: “Ultra Fox”.

Renaud Dardenne

… is een belangrijke figuur van de Belgische zigeunerjazzscene.
Van bij het ontstaan van de groep maakt hij deel uit van het kwintet
“Les Violons de Bruxelles”, waarin ze de bezetting van de Hot Club de France ondersteoven hebben gegooid. Drie gitaren een viool en een contrabas werd bij hen één gitaar, drie violen en een contrabas:
Tcha Limberger, Renaud Crols, Alexandre Tripodi, Renaud Dardenne en Sam Gerstmans.
Hij treedt ook op in het “New Quartet” van Fapy Lafertin
en met Liana Gourdjia in een meer klassiek repertoire.
Onlangs zag ik hem aan het werk met Nathan Daems“Village Quartet”.
Ook met zijn eigen Trio, met Benjamin Clement en Boris Schmidt, is hij ons niet onbekend: in de Djangofolllies 2020 Challenge, georganiseerd door BROSELLA, was hij de spilfiguur. Hij studeerde af aan het KCB (Koninklijk Conservatorium Brussel) in jazzgitaar en pedagogie. Met veel passie geeft hij les bij Muziekpublique en regelmatig in zomercursussen, zoals in Neufchateau, of de bekende “Django In June” in Massachusetts.
Zijn spel is resoluut akoestisch: alles in finesse en oprechtheid. Naast zijn passie voor traditionele muziek, jazz en de muziek van Django Reinhardt in het bijzonder, is hij ook een veelzijdig musicus die zich in vele werelden thuis voelt: rebetiko (Vinylio), chorinho, Venezolaanse muziek (met Osvaldo Hernandez) …
Hij componeert ook voor zijn verschillende groepen en voor het theater.

Benjamin Clement

… leerde zichzelf op 14-jarige leeftijd gitaar spelen, op aansturen van zijn vader. In het begin speelde hij rockmuziek en blues. Het is pas later dat hij interesse kreeg voor jazz en voor de gipsy swing van Django Reinhardt. Nog later ontdekte hij de zigeunermuziek en werd er verliefd op. Hij volgt les bij Bulgaarse en Roemeense musici en leert Tcha Limberger kennen die zijn interesse voor de Balkanmuziek deelt. Ze spelen samen in de Transsylvaanse groep Szibva. Terwijl hij zich de Balkanmuziek eigen maakt, o.a. bij de band Zongora, blijft hij optreden met jazz/rockprojecten zoals Rackham.

Boris Schmidt

De Luxemburgse contrabassist Boris Schmidt (°1983) volgde verschillende workshops bij onder meer Jacques Pirotton en André Klenes en trok nadien naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij in de leer ging bij Hein Van de Geyn en Eric Ineke. Met deze bagage bouwde hij stilaan zijn reputatie uit. Zijn actieradius is hoofdzakelijk geconcentreerd in de Benelux maar met het ensemble L’Arpeggiata toert hij wel de hele wereld rond. Onder de artiesten met wie hij verder al samenwerkte en opnamen maakte, vinden we Philip Catherine, Ialma en Fabrizio Graceffa.

© RIE

Christophe Astolfi

Omdat Christophe Astolfi, na lange tijd, vanuit Parijs nog eens in Brussel kwam spelen, nodigde hij me vriendelijk uit om naar zijn concert te komen met Christian Escoudé (gitaar) en Ben Ramos (contrabas) in de fijne, autenthieke Brusselse Jazz Club :

The Music Village

© RIE

Dat maakte mijn
“Dagje Django & Zo” kompleet

Christophe Astolfi

… werd geboren in 1977 in Hussigny-Godbrange in Lotharingen. Hij studeerde gitaar op 12-jarige leeftijd. Zijn professionele carrière begint in accordeonorkesten en verschillende groepen van rock tot jazz op 17-jarige leeftijd. Hij raakt vertrouwd met de muziek van Django Reinhardt, dankzij Italiaanse en zigeunergitaristen uit zijn regio, met name Tchavolo en Dorado Schmitt.
In 1998 vestigde hij zich in Brussel waar hij zich vervolmaakte in de “Django” traditie in België. Hij was nog maar pas aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel ingeschreven om er gitaarlessen te volgen en vooral de gispy swing onder de knie te kijgen, of Brosella nodigde Chrisophe Astolfi al uit voor een concert in de Djangofolllies, met het duo Rakou Chaka. We waren toen januari 2000.
Hij woonde 10 jaar in Brussel en speelde ongeveer overal in België met Philip Catherine, Toots Thielemans, Koen Decauter, Tcha Limberger en nog vel andere muzikanten “van bij ons”. Hij nam ook muziek op voor reclame en voor theaterproducties.
In 2008 verhuist hij naar Parijs en neemt deel aan de plaatselijke muziekscene met David Reinhardt, Samy Daussat, Rodolphe Raffalli en Hugo Lippi.
In 2010 – de 100ste verjaardag van Django Reinhardt – nam hij deel aan “Djangodrom”, het project van regisseur Tony Gatlif met Bireli Lagrène, Didier Lockwood, Stochelo Rosenberg.
In 2013 lanceerde hij zijn album “Des Valses”, opgenomen in trio en volledig gewijd aan swingwalsen en zigeunerwalsen. De schijf wordt al snel een must in de wereld van de zigeunergitaar en Christophe is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van dit veld.
Tussen 2015 en 2016 nam hij twee platen op met Boulou en Elios Ferré en in november 2016 verscheen in Éditions Coup de Pouce de eerste gitaarmethode gewijd aan de zigeunerwals die ooit werd uitgevoerd. Zijn werk wordt zeer goed ontvangen. Christophe wordt regelmatig uitgenodigd om zijn werk te presenteren door middel van concerten en masterclasses in Frankrijk, Europa en de Verenigde Staten.
In januari 2018 werd Christophe dankzij de steun van Marcel Campion en Sylvie Lacombe directeur van de zigeunerjazzschool van La Chope des Puces, de mythische tempel van de zigeunergitaar in Parijs. Sindsdien worden er elke zaterdag workshops gegeven.
Op 6 december 2018 kwam mijn nieuwe album uit. Deze plaat opgenomen met Florent Gac op Hammond orgel, Samuel Hubert op contrabas en Stéphane Chandelier op drums is een project gewijd aan de onuitgegeven composities van de gitarist en componist Pierre “Baro” Ferré.
Op dit moment ben ik, parallel aan mijn concerten met mijn orkesten en Christian Escoudé’s Gypsy Trio, bezig met twee nieuwe albums die in 2020 zullen worden opgenomen.

Christian Escoudé

… werd geboren in 1947 in Angoulême, in een zigeuneromgeving. Zijn familie verhuisde naar Charente toen Duitse troepen Frankrijk binnenvielen in juni 1940. Zijn vader, een zigeuner en gitarist, gaf zijn passie voor Django Reinhardt en gitaarspel door. Hij koos voor een carrière als muzikant, in dit Frankrijk dat ontstond uit de Tweede Wereldoorlog, waar ook plezier aan moest worden beleefd. Hij begeleidt verschillende zangers en muzikanten. In december 1975 ontving hij de Django Reinhardt-prijs van de Académie du Jazz. Daarna nam hij deel aan talrijke festivals, waaronder het Festival de Samois, georganiseerd als eerbetoon aan Django Reinhardt en diverse samenwerkingen met Franse en Amerikaanse jazzmuzikanten. In 1980 ging hij op tournee in de Verenigde Staten, Brazilië en Japan, met John McLaughlin. In 1980 ging hij op tournee in de Verenigde Staten, Brazilië en Japan, met John McLaughlin. Vervolgens trad hij toe tot het grote orkest van Martial Solal, daarna trad hij op in andere formaties. Christian Escoudé trad als duo op in 1983, met Didier Lockwood, waaraan vervolgens Philip Catherine werd toegevoegd. In 1985 vormde hij samen met Boulou Ferré en Babik Reinhardt het Zigeunertrio. Vervolgens zette hij zijn carrière voort in andere formaties en in het gezelschap van hedendaagse jazzmuzikanten, waarbij hij zich ook regelmatig herinnerde aan zijn gehechtheid aan de muziek van Django Reinhardt.

In 2012 bracht hij het album uit “Christian Escoudé joue Brassens: Au bois de mon cœur”, dat hij in januari 2013 reeds tijdens de Djangofolllies kwam voorstellen in verschillende clubs en cultuurcentra. Ik herinner me dat ik daar voor het eerst de fantastische violoniste Fiona Monbet aan het werk zag. Ik was zo onder de indruk van haar talent dat ik haar in 2016 op de 40ste (mijn laatste) BROSELLA Folk & Jazz aan het publiek heb voorgesteld.

Ben Ramos

In 1999 begon Benjamin Ramos met gitaarlessen te nemen
in de Jazz Studio in Antwerpen,
en in 2000 begon hij basgitaar te spelen bij Bas Cooijmans.
Van 2001 tot 2004 volgde hij lessen contrabas
in het Koninklijk Conservatorium Brussel
bij niemand minder dan Jean-Louis Rassinfosse.
Hij was eerst gitarist in een rockband en pas daarna bassist in verschillende jazz- en funkformaties. Hij speelde een honderdtal concerten als contrabassist in verschillende jazzbands. Na verschillende muzikale ontmoetingen kreeg hij de kans om op te treden in Gouvy op het Luxemburgse Jazz- en Bluesfestival, op “Festijazz” (Afrika) in juni 2003, op het Reggae Afro Festival in juli 2003. Met Joachim Jannin bereikte hij de halve finale van het tweejaarlijkse “Chanson française” festival en op “Mars en Chanson” (Frankrijk).
In mei 2004 stond hij op de Brussels Jazz Marathon.
In juli 2004 speelde hij op het festival “Jazz à Sètes” (Frankrijk)
en won hij de jonge talentenjacht van het Blue Note-festival in Gent.

3
You, YourSelf & RIE
0 Comments

HIDE & SEEK 2020 (08/29)

zaterdag 29 augustus
@ Wasserij van het OCMW
van BRUSSEL

Voor de laatste dag van het vierde HIDE & SEEK festival, waarbij MuziekPublique de liefhebbers meeneemt naar ongewone plekken in BRUSSEL, trok ik naar de Linnenfabriek in de Hertstraat 375 in Anderlecht.

© RIE
© RIE











Op het hoogtepunt van de Coronavirus-crisis werd hier elke dag ongeveer vijf ton textiel gewassen voor de Brusselse ziekenhuizen! Grote wasmachines, drogers, kranen, takels en strijkmachines behandelen hier de was. Deze gigantische wasserij lijkt op weekdagen een echte mierenhoop. Maar op zaterdag en zondag keert de rust er terug. MuziekPublique maakte daar gebruik van om er vorige zaterdag 29 augustus het laatste concert van het vierde Hide & Seek festival te organiseren.

© RIE
© RIE

In deze tempel van zorg en lichaamshygiëne werd folk muziek voorgesteld uit het land dat als eerste in Europa door het Covid 19 virus werd getroffen. De stoommachines werden – voor een keer – vervangen door een muzikale traditie waarin het helen van lichaam en geest een belangrijke rol speelt : de Italiaanse

Maria Mazzotta

… is een gepassioneerde zangeres uit Puglia.
Ze maakt al jaren diepe indruk met haar bewogen vertolkingen van liederen uit het Middellandse-Zeegebied. Haar creativiteit bracht haar tot samenwerkingen met tal van artiesten zoals de Albanese cellist Redi Hasa, de beroemde pizzica-band Canzoniere Grecanico Salentino of ook nog Goran Bregovic.

© RIE

Maria Mazzotta: zang
Bruno Galeone: accordeon

Ze stelde ons haar nieuwste album voor, “Amoreamaro” (‘Bittere liefde’), begeleid door de jonge en getalenteerde Malagassische accordeonist Bruno Galeone, die ook op de CD de knopjes hanteerde. Het album, verkent de verschillende gezichten van de liefde, vanuit een modern en toch tijdloos vrouwelijk oogpunt. Ruig en ongepolijst, woest, ja zelfs brutaal, maar ook bezwerend.

Waarom Maria Mazzotta haar presentatie bijna uitsluitend in het Italiaans deed, weet ik niet (haar Frans was nochtans zeer goed) maar ze kondigde dit duo concert in deze coronatijden aan als volgt :
“De wereld ontploft en wij kijken alleen maar toe. Toch blijf ik diep in mijn hart hoop koesteren; hoop dat deze muziek u kan raken”.

En de muziek heeft ons geraakt! Haar stem ging hoog en laag en hard en zacht: soms fluisterend, soms shreeuwend.
Ik moet toegeven: ik kende Maria Mazzotta niet. Maar ze deed me denken aan tal van grote Italiaanse zangeressen, die diep gaan in hun passie en zo het vuur overbrengen naar een gefascineerd publiek. Lucilla Galeazzi, Elena Ledda en Ginevra di Marco van de groep Bella Ciao kwamen onmiddellijk in mijn gedachten op. Maar Maria Mazzotta deed me ook soms denken aan Giovanna Marini of nog Francesca Breschi. In ieder geval aan politiek en/of sociaal geengageerde artiesten met passionele en vurige stemmen …

Het concert had me zo aangesproken …
dat ik besloot van de CD mee naar huis te nemen


11
You, YourSelf & RIE
2 Comments

Contrair of Pionier ? Dwarsligger of Voorloper ? Wie ben ik ?

Feitelijk heb ik me die vragen in heel mijn leven nog nooit gesteld.
Het kwam onlangs bij me op door een opmerking van een oud-leerling van me, uit de tijd dat ik les gaf aan het Koninklijk Atheneum Asse. En dat is toch wel een hele poos geleden: ik gaf daar Nederlands en Engels in de schooljaren 1971/72 (23u) en 1972/73 (24u).

“Je hebt ons niet alleen Engels geleerd” zei ze, “je hebt ons ook leren ‘leven’ met een open geest. En ons niet zomaar om het even wat laten wijsmaken.”

Ik vond “in rij per twee” lopen, wat voor de heer prefect absoluut buiten discussie stond, helemaal niet belangrijk. Net als “zonder das sta je niet voor een klas” en “de leerlingen moeten U met uw naam noemen, niet met uw voornaam en al zeker niet met een bijnaam”. Ik dacht dan: “Wat sta ik hier te doen, als de inhoud van wat ik voor de klas aan de leerlingen meegeef van bijkomstig belang is ?”

En dan ging ik op zoek …

Vrijwilligerswerk in de Beursschouwburg, bij voorbeeld, leidde tot het “stichtend lid” worden van de vzw Animatie Beursschouwburg.
Maar toen ik er “mijn diensten” woou aanbieden om er aangeworven te worden, was de vraag: “Welke partijkaart heb jij ?”
En mijn antwoord: “Geen ! En ik wil er ook geen !!!”

“Ni Dieu, Ni Maître”

6
%d bloggers liken dit: