poetRIE
0 Comments

20190131 – Gedichtendag

Op Gedichtendag (31 januari) 2019 – ging ik naar de Standaard Boekhandel in Grimbergen
om er nog eens een dichtbundel aan te schaffen.
Het was te lang geleden dat ik mijn collectie Poëzieboeken nog eens had aangevuld !

Wat een ontgoocheling !!
Mijn zoektocht naar Poëzie was vlug voorbij.
Ik hoopte verrast te worden door een hele reeks jonge dichters
(zoals Tom Lannoye in “De Afspraak” had gesuggereerd).
Maar er stonden bitter weinig dichters uitgestald
in het piepkleine “poëzie” hoekje van de boekhandel.

Blijkbaar hebben de klanten van de Standaard Boekhandel Grimbergen
het vooral voor kookboeken en houden ze niet zo van poëzie.

Dat is nu juist het doel van die jaarlijkse Poëzieweek
die op 19 september 2012 voor het eerst werd georganiseerd
door de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek.
Sindsdien werken allerlei organisaties eraan mee :
Poëzieclub, Poetry International, Iedereen Leest, Stichting Lezen Nederland, Wintertuin en Poëziecentrum.
Maar de Standaard Boekhandel blijkbaar niet.

Ik kocht dan nog maar eens een gedichtenbundel van een “gevestigde waarde”:
Stefan Hertmans “Onder de koperen hemel” (niet zijn beste, vind ik)
en kreeg daarbij nog enkele postkaartjes van de Poëzieweek cadeau.

Maar waarom ik Tom Lanoye’s nieuwste dichtbundel “Vrij – wij?”
niet heb gekregen … ??? … dat is mij een raadsel.
https://www.poezieweek.com/boekwinkel/

0
poetRIE
0 Comments

20190101 – Middelkerke

zalig wandelen op het strand
langs de schelpenlijn
waar het zand
verandert van kleur
en ook de geur
de grens verraadt
tussen eb en vloed

terwijl boven onze hoofden
jachtig krijsende meeuwen
het nieuwe jaar inhuldigen
en om vriendschap schreeuwen
zweven ze in tegenwind
een prachtig jaar tegemoet

Middelkerke

thanx for
the translation, 
Michael Withburn

to gently stroll on the beach
along the path of shells
where the sand
changes colour
and where the smell
betrays the line
between ebb and flow


while above our heads
the shrill cries of the seagulls
celebrating the new year
and clamouring for friendship
hover against the wind
heading for a wonderful new year

1
poetRIE
0 Comments

19660130 – Minou

19660130
parru le
30 janvier 1966
aux éditions
“Permanences Poétiques”

Minou mignon
jet te cherche
un autre nom
un nom
digne de toi
un nom
qui te fasse
accourir
quand je le prononce
entre les dents
alors que maintenant
je te cherche
je crie ton nom
et je t’attends

1
poetRIE
0 Comments

20180815 – Verkrachte Vagina’s Verjaard

20180815

Op deze Heilige Dag gewijd aan de
Ontslapenis van de Heilige Maagd Maria, Moeder Gods
stelde ik me nogmaals de vraag :

Hoe komt het toch
dat de Kerk
over heel de wereld
telkens weer en opnieuw en opnieuw
in het nieuws komt
met berichten over pastoors
die hun poten niet van andermans kinderen kunnen houden ?

“Laat de kinderen tot mij komen” …
staat er ergens in Heilige Boeken geschreven.
Ja, maar zo niet !
Dat was/is ècht niet de bedoeling !!
Weet je wat ?
Laat die pastoors toch trouwen …
dan zullen ze misschien beter begrijpen wat ze anderen aandoen !!!

Nochtans staat er ook in al die Heilige Boeken ook :
“Ten eerste zult gij God liefhebben, die u geschapen heeft, ten tweede uw naasten zoals uzelf; maar alles wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook de ander niet.” (Christendom)
“Wat jij verafschuwt, doe dat ook je naaste niet. Dat is de hele Thora, de rest is commentaar. Ga heen en leer!” (Jodendom)
“Wens de mens, wat gij voor uzelf wenst, dan wordt gij een moslim.” (Islam)
“Wat voor mij onwelgevallig en onaangenaam is, is voor anderen ook onwelgevallig en onaangenaam. Hoe zou ik dan een ander kunnen belasten met wat voor mijzelf onwelgevallig en onaangenaam is?” (Boedhisme)
“Men moet nooit een ander aandoen, wat men voor zichzelf als kwetsend ziet. Dat is de kern van de regel van alle rechtschapenheid.” (Hindoeïsme)

Maar …
“… doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad. staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.”
(Willem Elsschot – “Het Huwelijk”)

En …
“Gods wegen zijn ondoorgrondelijk” zeker ?

0
poetRIE
0 Comments

19730330-00812 – otaï

henri vandenberghe

nu

 

ook

 

otaï

 

langzaam

 

lijdt

 

aan noëlla opgedragen

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

give up trying to write,
and, instead, try not to write. Go out into the world; become a pirate, a king in borneo, a laborer in soviet russia; give yourself an existence in which the satisfaction of elementary physical needs will occupy almost all your energies …

i believe that after some years of such an existence, the ex-intellectual will find that in spite of his efforts he can no longer refrain from writing, and when this time comes his writing will not seem to him futile.

BERTRAND RUSSELL

“the conquest
of happiness”

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

300373/1

de krijtwolken in mijn hand

groeien open tot droge drummen

de dag ontbreekt

terwijl dit feit

mij reeds ontstelt

ik voel tegelijk in mij

het trekken van een paard

het aaien van een poes

en het geknars van rotte tanden

terwijl jij

onbewust van deze verwarring

rustig je haar kamt

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

300373/2

jij hebt me weer

de zon doen zien

en hees

heb ik

mijn vergeten liederen

– plots herinnerd –

moe gezongen

jij hebt me weer

de glimlach geschilderd

waarmee ik elke dag opnieuw

de vogels hoorde fluiten

vroeg nog in de morgen

hoe broos is dit geluk

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

020473

de rijkdom van gebaren

in geen enkel boek bevat

de streling van je talrijke ogen

oneindig groot

ontelbaar

het dansen van je lichaam

als de sprong der paarden

in een zoete zee

je stem weerklinkend

parallel met je handen

en in je harde kunstgreep

geraakt zelfs de sterkste worstelaar zoek

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

030473/1

tot diep in de bedding van mijn rivier

ben je eensklaps gedoken

als je me toelacht

voel ik een rilling

tot aan alle uithoeken

van mijn oevers

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

030473.2

je bent de sneeuwwitte hand

die gespannen als de boog

in mijn hals knijpt

hard maar teder

je bent

de brede blijde glimlacht

die mij

doet groeien bloeien bijten

hard maar teder

jij bent mijn wieken

mijn nieuwe haverklap

mijn voortdurend wakkerblijven

mijn hard maar teder taboe

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

040473

in het eindeloos aanraken van je

gelaat vind ik reeds een waar genot

maar moest ik nu

voortdurend

je ogen kunnen strelen

dat zou ‘t einde zijn

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

050473

je bloed kwam over mij gewaaid

en het was warm in mij

je naam klonk zuiver helder

en het trilde in mij

ik heb me dan gevoed

met je ogen

met je glimlach

uit je broze hand

ik heb mijn dorst gelaafd

aan al je omhelzingen

ik kan alleen nog

huilen op de hoge daken van de stad

ik ben de voldane wolf

die het woud mijn tevredenheid meldt

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

060473

in je steenmarterogen

stortte ik zacht

mijn wijsvinger

en je werd gewoon dol

doorheen je gebladerte

las ik

nog

we zouden samen

een mooie meiboom kunnen planten

met jouw adem

in mijn adem gevlochten

trotseerden wij de wilde baren

van de nacht

nu

ben je nog mooier dan voorheen

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

100473/1

elke kreun beantwoord krijgen

elke ademhaling gelijk opgaande

naar het helse tempo van razende

dieren

elke blik elke wenk weerkaatst

terwijl je glimlach openscheurt

en de putjes in je kaken

draaikolken worden

en ik word opgeslorpt

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

100473/2

de pleisters op mijn hart

vergroeien met het vlees

weldra

kan je niets meer merken

van voorbije verwondingen

maar

dan is ook alles weer zo broos

zo kwetsbaar

dat bij de kleinste prik

het bloed

in grote gulpen buitenstroomt

en

het hele boeltje brandt dan open

genezen wordt steeds moeilijker

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

100473/3

er is

het woud

waarin ik dans

er is

de boom

waarop jij groeit

er is

het water

dat mij verzwelgt

en

de sleutel

van dat woud

ben jij

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

130473

je bent de vuurtoren

waarnaar ik gretig steven

je bent de haard

waarin mijn hars verbrandt

in jouw zand

kook ik mijn eieren

bouw ik mijn kastelen

graaf ik mijn kanalen

graaf dieper dieper

tot het water opborrelt

uit de zuivere bron

ik begraaf mezelf

in jouw zand

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

one has to speak at some
length about oneself.
why ?
because everything begins,
as it ends
at the egoistic heart.

GEORGE BARKER

“the dead seagull”

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

130473/01

your words

are singing

mainly

nightingales

your sighs

are temples

to the heart

but you are

an outbursting

animal

back from

as far

as i can remember

and i like

to play the game

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

130473/02

your eyes

are shivering widows

windows to my mind

their deepness

grows into my memory

and fails to make me forget

their glance

is a mirror to my soul

my deeper being

you are my other self

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

und wenn ich ganz zerfiele :
ich wäre eine handvoll
gemarterten stauben ;
jedes meiner atome könnte
nur ruhe finden bei ihr.

GOERG BÜCHNER

“dantons tod”

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

140473

de vorm waarin mijn

hart gegoten is

de bron waarin ik

wild waad

de koord waarop ik

zeer onevenwichtig

dans

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

250473/01

de trage avond in verhandeling

werd heel erg lang

toen sloop de dood

in je slapen

maar mijn onbetamelijk egoïsme

heeft me zo ver gebracht

dat ik geen rekening hield

met je vermoeide ogen

vergeef me

mijn onstuimige liefde

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

250473/02

ik heb de dagen reeds vergeten

telramen aa mij voorbijgegaan

terwijl ik naar je adem wacht

naar je bange blik

naar je sintelende stem

naar je hunkerende hartslag

in het vage kijk ik

door de tralies van een stoel

mijn cel

maar ook deze dromerij

kan me niet ontspannen

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

280473

de duurzame tijd duurt uren te lang

traag turen de seconden stil

je hoort geen adem

je ziet de mensen niet om je heen

je droomt . . . dagdromen

je ziet slechts één verre schim

zij

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

290473/01

de pauze

tussen twee bedrijven

de pauze

waarop ik zolang had gewacht

met trillend verlangen

mijn lippen

helemaal koud

mijn handen

reeds uren

reikend

naar je hals

tot tussen mijn benen

voelde ik een tinteling

een pauze is meestal veel te lang

maar deze leek een wervelwind

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

i looked into my heart to write

GEORGE BARKER

“the true confession
of george barker”

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

290473/01

je bent de ankerkreet

die mij doorboort

terwijl ik in de haven waar

je bent de schrille bootsfluit

die mij verscheurt

als ik het dek verlaat

je bent de legendarische

zeemeermin     sirene

die onvoorwaardelijk

aantrekt

bij het minste gezang

van je floerse stem

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

290473/02

ik zou je willen lezen

als het boek op mijn nachttafel

elke avond

een klein teugje liefde

voor het slapengaan

een zoete zee van zwoele dromen

zou me te wachten staan

dan

zou ik je willen schrijven

als het boek van mijn dromen

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

020573

ik denk aan jou

en voel het mes

dat je wangen

doorkerft

ik voel

de zeven wonden

in mijn zwakke vlees

met bevende hand

streel ik mijn wangen

die de jouwe zijn

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

050573

het ijs

breekt broos

mijn bange

wangen uit

en angst

vangt mij

in haar

dichte netten

want ergens

ben ik

gevangen

in de webben

van de

liefdesspin

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

110573

terwijl

tussen mijn dijen

ik je hart voel

sneller slaan

kruipen

in mij

de wilde dieren

naar alle

uithoeken

maar vinden

geen opening meer

want

je hebt me

ingesloten

gekneld

tussen je muren

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

170573/01

niet meer

die schrijnende eenzaamheid

in mijn hand

niet meer

die open wonde

in mijn wang

niet meer

dat dreigende mes

in mijn klamme vuist

niet meer

de grijnzende lach

om mijn mond

alleen

het gefluister van nieuwe gevaren

en

het hevige gesnurk van een nieuwe droom

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

170573/02  

wanneer de onmacht mijn ledematen omvangt

en mijn opeengeknarste tanden

gespannen spieren vormen

voel ik in mij

als het scheuren van een lange lap stof

het openrijten van een jong paard

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

190573

er is

de trage tedere melodie

in je vingertoppen

er is

de zachte zang

van je zwoele stem

er is

dan traag daarna

de vragende aanraking

van je schaterende schaamhaar

en dan

in mij

een barstend brekend kapotknallen

van een ontembare macht

tot dan plots

weer de stilte nederdaalt

in het beproefde dal

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

220573/010673

ik ben de eilander

de demonstrant

die traag de statige steden betreedt

terwijl de woelige wentelmenigte

dom door de drukke straten doolt

ik ben de hadesjager

de gelukkige-vinger-zoeker

de onzekere verzekerde

  • alles ga me goed –

ik ben de roekeloze lentewringer

die door de bloesem heenkijkt

naar het neerstrijken

van te vroege vlinders

ik ben de muur

waartegen ook ikzelve bots

tot ik traag tot het besef kom

dat ook daar weer niets te zien is

ook ben ik de smachtende

de uitspattende

die hevig plots

je in de omhelzing vergruist

en op de puinen huilt

ik ben de strander

de ziedende zee omhelzend

ik ben de flierende pan-fluiter

melancholisch golvend water

de kranige verliezer ben ik

de nooit versagende

nooit verslagen

de rampzalige koekoek

keurig uitgedost

kots ik in andermans nest

tot vervelens toe

ben ik de vloeren kater

gekastreerd tot in mijn teentoppen

drieëndertigtoeren-tellend

draai ik daverend

om mijn gebroken

as

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

240573/01

krampachtig

breek ik

uit de stilte

van mijn ei

ik zing dan

mijn geboortezang

knipogend

vanop de hoogste dennetak

en val dan diep

weer in mijn winterslaap

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

240573/02

de tamboerijnen

in je lichaam

liggen nooit stil

je beweeglijke bekken

omhelst mijn ogen

en in mij

dansen

samen met jou

de wilde dieren

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

time will devide us, and the sea
wring its wild hands
all day between :
the autumn bring a change of scene.
but always and for ever he
at nitght will sleep and keepby me.

GEORGE BARKER

“eros in dogma”

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

150673

de ankers

die ik heb uitgegooid

zitten veel te diep nog

in het murwe zand

en toch

is onvermurwbaar

nog aanwezig in mij

het verleden samengeklit

tot een onverteerbare bal

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

singing a song that what is best
loves and loves and forgets the rest

GEORGE BARKER

“the true
confession of
george barker”

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

080773

met klamme bevende handen

in een wilde droom

weke vaganten

naar jou toe

dichter en dichter

tot het beven daveren wordt

en dan plots

stuwt over alle dammen

en traag stelpt mijn verlangen

samen met het vertragen

van mijn adem

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

ther’s a curse on us,
it’s not our fault.

WILLIAM FAULKNER

“the sound and te fury”

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

it’s a tale told by an idiot
full of sound and fury
signifying nothing

WILLIAM SHAKESPEARE

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

040873

terwijl in jou

mijn aders openspatten

gloeiende kolken en gensters

terwijl in mij

je warme adem snijdt

staaldraad sterke trillingen

terwijl

met ons

de zinkende zee

in omhelzing

met de aarde

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

120873

je bent

de rechtste kaars

die ik ooit zag branden

en je brandde

en je brandde

en ik had het warm

in het licht van je vlam

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

The End

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

1
poetRIE
0 Comments

20180505 – Ik kan niet meer volgen

20180505

ik kan niet meer volgen
“er gebeuren rare dingen rondom mij”
de wereld waait woest heen en weer
vele “vrolijke vrienden” zijn verbolgen
over de hedendaagse maatschappij
zo kan het verder toch niet meer

nochtans is het eigenijk nooit anders geweest
vandaag wint de meest negatieve perceptie
aan “maximale uitstraling” en algemene aandacht
“voorwaar ik zeg u”, het menselijk beest
is nu meer dan ooit dringend toe aan correctie
er is teveel “nationale impact” van “de macht”

men zegge het voort
vooraleer het te laat is
dat het zo niet hoort
het is niet democratisch

0
poetRIE
0 Comments

19661112 – entends-tu, toi, chanteur d’antan

19661112
parru le
12 novembre 1966
aux éditions
“Permanences Poétiques”

entends-tu, toi, chanteur d’antan

chante ton chant comme l’oiseau
dans les champs cherche ta voix
parmi les feuilles vertes de joie

vois-tu, là-bas

le regard bavard de cet arbre
pensant (peut-être) que c’est
lui que tu chantes

écoute les enfants qui jouent
ils sont seuls ensemble
ils aimens pourtant
ton chant battant dans leur coeur

mais
tu leur fais peur
avec tes trois prières
avec tes quatre vérités
ne chasse pas leurs rêves
ne chasse pas leurs doux oiseaux
mais fait fleurir leurs grands arbres
pour que leurs branches puissent porter
les feuilles vertes de la joie

0
poetRIE
0 Comments

20150325 – Nooit Nooit

20150325

Zeg nooit ‘Nooit’
Ik zeg nooit dit
Jij zegt nooit dat
Hij zegt nooit wat

Maar zeg vooral ‘nooit’
iets in andermans naam
en denk vooral ‘nooit’
dat je weet wat een ander denkt

Zeg nooit in mijn naam
wat je denkt dat ik denk
want ik denk waarschijnlijk iets anders.

1
poetRIE
0 Comments

20180129 – Het leven herbergt

20180129

het leven herbergt
niet alleen zoete dranken

de smaak van wijn
kan soms bitter zijn

Goede Vrienden zijn
als oude wijn
ze worden langzaam
dieper van kleur
en zoeter van smaak

maar als ze verdwijnen
blijft alleen een bittere nasmaak over

loslaten is altijd moeilijk
maar het kan niet anders

 

1
poetRIE
0 Comments

Bertolt Brecht : “De legende van de oorsprong van het boek Tao Te King op de weg van Lao-Tsu in de emigratie” (vertaling : Henri Vandenberghe)

1

Hij werd zeventig en was niet meer zo goed te been.
De meester smachtte ook steeds meer naar rust.
Omdat de Schoonheid van het leven om hem heen
Steeds meer van haar Kracht verloor en het goede uitgeblust
Omgordde hij zijn schoenen en ging heen.

2

Hij pakte alleen wat hij onderweg echt nodig had.
Dat was niet veel, genoeg om licht te reizen:
Zoals de pijp die hij gewoonlijk ’s avonds rookte,
Het boek waarin hij af en toe graag zat te lezen
En wat wit brood voor als hij honger had.

3

Hij wierp nog een laatste blik op de vallei
En vergat die dan als hij het bergpad insloeg.
Zijn os was op zoek naar vers gras in de wei
Om te herkauwen, terwijl hij de oude droeg.
De tred ging zo toch al snel genoeg.

4

Na vier dagen reizen van rots naar rots,
Hield een doeanier hen tegen en die vroeg plots:
“Heeft u waarden aan te geven?” – De wijze man zei “Nee”.
Maar de jongen, die de os leidde, zei: “Hij is wel geleerd.”
“En wijsheid mag over deze grens toch niet mee?”

5

De doeanier vroeg de jongen heel blij:
“Heeft hij jou ook iets geleerd? Vertel het mij.”
Waarop de jongen antwoordde: “Dat het zachte water
Met de tijd altijd de hardste rotsen overwint.
Hardheid houdt nooit stand tegen een zachte hand.

6

Om niet in het donker verder te moeten reizen
Trok de jongen de os langzaam vooruit.
Maar toen ze achter een donkere den verdwenen
Kwam de doeanier aangelopen en riep heel luid:
“Hela! Wacht eens even! Niet zo snel!”

7

“Zeg me eens, wat is dat met dat water wel?”
De oude man hield halt en vroeg: “Wilt u dat weten?”
Waarop de doeanier: “Ik ben misschien maar een ambtenaar
Maar te weten wie in ’t leven wint en wie verliest, dat wil ik zeker weten.
Als u me dat zou kunnen leren, doe dat nu dan maar.”

8

“Schrijf het voor me neer! Dicteer die jongen daar!
Zo’n wijsheid neemt men toch niet mee. Die moet hier blijven.
Ik heb thuis genoeg papier en inkt om te schrijven.
Een avondmaal maak ik voor u ook nog graag klaar.
Wel, gaan we akkoord? Ja? Wel, ik woon daar.”

9

De oude man keek schuin over zijn schouder
Naar de doeanier: versleten jas, blote voeten;
Zijn voorhoofd vol rimpels en sproeten.
Die ambtenaar leek niet echt een welstellend man.
En de wijze man mompelde: “Wel, goed dan”.

10

Om zo’n hoffelijk verzoek weg te wuiven
Was de oude man al veel te oud en wijs.
Daarom zei hij kordaat: “Zij die vragen stellen verdienen antwoorden.”
De jongen beaamde: “En het wordt al avond en koud.”
“Goed, laat ons dan hier een tijdje verblijven.”

11

De wijze man daalde voorzichtig van zijn os.
Zeven dagen lang schreven ze samen, de oude en de jongen.
De doeanier bracht hen eten (hij vloekte soms van binnen
Omdat de smokkelaars ondertussen vrij spel hadden in het bos).
Toen werd het tijd om aan de reis te herbeginnen.

12

De volgende ochtend overhandigde de jongen aan de doeanier
Wat ze geschreven hadden: eenentachtig bladzijden vol.
Ze dankten de ambtenaar voor zijn gastvrijheid
En verdwenen discreet achter een den de rotsweg op.
Geef toe: ze waren ook nog een voorbeeld in hoffelijkheid.

13

Wij moeten nu niet enkel die wijze man eren
Wiens naam op het boek geschreven staat.
Zijn wijsheid moest ook nog worden verkregen.
Daarom moeten we de doeanier bedanken.
Hij heeft het hem tenslotte ontfutseld.

 

 

34
%d bloggers liken dit: