Uncategorized
0 Comments

“Dokter Stoelendans” Zahra JAVDANI, Oogarts

Wat een avontuur

Begin juli 2020 …

De tijd verstrijkt …

De zon stijgt …

Ons zicht zakt zichtbaar …

We dachten dat het tijd was om bj de optieker sterkere brilglazen te gaan bestellen.
Maar we gingen deze keer eerst om advies bij een oogarts in het A.Z. Portaels te Vilvoorde.
Vandaar dat we een afspraak wensten te maken met de oogarts waar we al eens langs geweest waren:
dokter Christophe De Keyser. De laatste keer was dat wel al een dik jaar geleden, in januari 2019.

Maar op het secretariaat van het ziekenhuis vertelden ze ons dat we heéel lang zouden moeten wachten om met hem een afspraak te krijgen.
“Dan maar eens een andere oftalmoloog proberen zeker …???…” dachten we.

Zo belandden we – helemaal per ongeluk * – op 27 juli 2020 – in het A.Z. Jan Portaels bij dokter Zahra Javdani.
De afspraak was voorzien om 17u00, maar het was 18u05 vooraleer het onze beurt was en het was al 20u00 toen we opnieuw buiten waren. (* “c’est le cas de le dire”)

Met een nieuwe afspraak, maar deze keer, in de privépraktijk van dokter Javdani, in de Leuvensestraat te Vilvoorde.

Sinds ons bezoek daar, op 20 oktober 2020, kreeg ze van ons de bijnaam

“Dokter Stoelendans”

Het was daar inderdaad een totaal chaotische toestand: iedereen had zijn mondmasker aan, want corona, weet je wel … maar alle patiënten moesten ook van het ene toestal naar het andere, om beide ogen op alle mogelijke manieren te onderzoeken. van het ene toestel naar het andere betekent ook: van de ene stoel naar de andere … Ondanks de “voorzichtigheid”/”ongerustheid”/”angst” om toch niemand met corona te besmetten, moest je dus telkens een andere stoel “vast pakken”, die net voordien door iemand anders “vastgepakt” was.
Ik ben niet van “het bange soort”, maar ik hou wel van een bepaalde logica, van een consequent gedrag

De afspraken volgden elkaar op: 22 januari 2021
22 februari 2021
23 februari 2021
8 maart 2021
Bij Mie wordt op 16 maart 2021, op haar verjaardag !!! van 09u00 tot 18u00 op regelmatige tijdstippen de druk in haar ogen gemeten … Om 18u00 hebben ze daar samen gedanst …

Operatie linkeroog
4 maart 2021 wordt mijn linkeroog geopereerd aan cataract
5 maart: controle
9 maart: tweede controle

Operatie rechteroog
15 maart: pre-operatieve tests
18 maart: operatie
19 maart: controle
23 maart: tweede controle

Ik kan nu voor een groot deel zonder bril : ver kijken, met de auto rijden …
maar om te lezen moet ik toch nog een hulpmiddel gebruiken :
Ik koos ervoor om mijn nieuwe varilux “glazen” in mijn “oude” bril te laten zetten, zodat ik niet telkens moest manoeuvreren met “bril aan, bril af, bril aan, bril af, enz. …”
Ook met die mondmaskermiserie van tegenwoordig is het een enorm voordeel dat ik de mensen zonder bril ook herken, want ik moet altijd kiezen: mèt mondmasker is het kijken in de mist …

Op 20 april moeten mijn ogen nog eens getest worden …
Waarom ? Alleen Zahra kan het weten
Op 20 juli kwam er weer een test …

Nu zou ik drie jaar verder kunnen zonder tests of controles :
“qui vivra verra” …

0
Uncategorized
1 Comment

Van Vrij Onderwijs naar Vrije Universiteit …

Van Tienen/Tirlemont naar Schaerbeek/Schaarbeek
Van de “suikerstad” naar de “ezels”

Met het woord “Vrij” heeft men het duidelijk niet altijd over hetzelfde …

Toen mijn ouders van Tienen naar Schaarbeek verhuisden was ik amper 3 jaar geworden.

Mijn moeder wou me inschrijven in een kleuterklas, zodat zij kon gaan kuisen bij de dokter rechtover, of de beenhouwer (Boucherie Achille) naast het huis op de Chazallaan 97, waar wij op het appartement van de eerste verdieping woonden. Mijn vader was beroepsmilitair, “gekazerneerd” op het Daillyplein, dat hogerop lag, daar waar de Chazallaan “eindigde” (of begon?).
Dat moet voor mijn moeder niet zo eenvoudig geweest zijn, want ik moest bij de nonnekes van het Institut de l’Annonciation in de Jos Impensstraat. Het was een Franstalige “crèche”. Was er dan geen Nederlandstalige kleuterschool in de buurt? Of was mijn moeder zo vooruitziend dat ze mij in een “école d’immersion” (avant la lettre) inschreef, in 1950, dus vele jaren vooraleer er een of andere wijze minister van onderwijs dat als systeem had uitgevonden. Dat “taalbad” heeft me in ieder geval geen windeieren gelegd. Het was integendeel, een serieuze “investissement pour l’avenir”.

Ik was amper 5 toen mijn moeder me ging inschrijven in de lagere school van Sint-Jan-Baptist-de-la-Salle, bij de Broeders van Liefde. Broeder Jozef, de “overste” van de school, wou mij aanvankelijk weigeren in te schrijven als leerling in zijn school, “omdat ik te jong was” voor het eerste studiejaar:
de meeste leerlingen waren immers ten volle 6 jaar in september; ik zou dat pas het jaar nadien in januari worden.

Maar hij kende (moeder) Louiza Cabergs niet … Nadat mijn mama een beetje had aangedrongen, kwam er als vanzelfsprekend een compromis uit de bus: ik mocht mijn eerste schooljaar aanvatten, maar als ik het een beetje te moeilijk zou hebben zou ik sowieso moeten overzitten.

Pech, Broeder Jozef, ik was de eerste van de klas !!!
(eerste studiejaar: derde van rechts, met das /;-)
Pech, Broeder Jozef, in het 3de studiejaar was ik weer de eerste van de klas !!!
(eerste van links, mèt das /;-)

Een foto van het 2de studiejaar heb ik (nog) niet terug gevonden …

Pech, Broeder Jozef, ook in het 4de studiejaar was ik alweer de eerste van de klas !!!
(derde van rechts, met das: mijn mama vond dat ‘moeten’ voor op de foto /;-)
Pech, Broeder Jozef, ook in het 5de was nog eens de eerste van de klas !!!
Pech, Broeder Jozef, om de zaak helemaal te “verpesten” was ik ook in het 6de nog eens de eerste van de klas !!!

Het valt mij op dat ik geen enkele naam kan noemen van een of andere schoolmeester. Al herinner ik mij dat die van het zesde studiejaar wel een heel sympathieke was. Maar ja, dat was geen Broeder van Liefde …

De Broeders van Liefde leefden samen met de Frères de la Charité van de Ecole Saint-Jean-Batiste-de-la-Salle in een groot gebouw dat uit drie delen bestond. De ingang van de Franstalige lagere school bevond zich aan de rue Léon Mahillon en de Nederlandstalige in de Radiumstraat … In het centrale gedeelte woonden de paters. De onderwijs subsidies werden, zoals nu nog steeds /;-), eerlijk verdeeld over de twee scholen … al kwam de totaalsom uit op 4 x ⅓, namelijk ⅔ voor de FR-talige + ⅔ voor de NL-talige afdeling, zodat het centrale gedeelte van het gebouw, ook ⅓, een dubbele toelage mocht ontvangen, al waren er daar geen klassen, maar wel de appartementen van de paters.

Je zal die school niet meer terugvinden op de kaart van Schaarbeek: nu heet ze Ecole Notre Dame de la Paix & Collège Roi Baudoin en er is ze enkel nog een Franstalige school: on est à Schaerbeek, n’est-ce pas.

Maar dan … ging ik naar het Koninklijk Atheneum van Etterbeek
“Vaarwel Nonnen en Paters” van het Vrij Onderwijs … het Vrij(e)denken lonkt !!!

De Klas van KAE 59-60
De 6de Latijnse van het KAE 1958-1959
(in het KAE zat ik meestal achteraan: hier, die met zijn broske voor de kachel)

Het zal je wel opgevallen zijn: hier zaten niet alleen jongens, maar ook meisjes op de schoolbanken … en – naar het schijnt was dat toen al uniek voor het KAE – zaten jongens en meisjes ook niet in aparte rijen.

De 5de Latijnse van het KAE 1959-1960
(voorlaatste bank links, met bril)

Eigenaardig genoeg zitten de meisjes hier allemaal achter elkaar rechts. Misschien was dat de wens van de klastitularis, want dat de meisjes apart zaten, dat was niet de regel in het KAE …

De 4de Latijnse van het KAE 1960-1961
(ik zit (uiteraard) achteraan, links van de lerares)

Ik heb geen idee of de fotograaf vrijwillig links vooraan een hoek afgesneden had en of er daar niemand zat: dat zou wel eigenaardig geweest zijn. Ik herinner me wel dat ik smoorverliefd was op dat mooie meisje met haar hand onder haar kin. Zie je ook die tweeling, die achter elkaar zitten? Dat zijn Toon en Hein Van den Brempt, met dewelke Kristien Hemmerechts het boek “HET VERDRIET VAN VLAANDEREN” schreef, met als ondertitel: “Op pad met Hein en Toon, tweeling van de collaboratie” (19/02/2019 uitgegeverij De Geus). Tony en Hein kwamen ook aan bod in de VRT Canvas-reeks “Kinderen van de Collaboratie”.

Latijn was niet mijn lievelingsvak. Al heb ik later gekozen om Germaanse Filologie te gaan studeren, verliep het in het atheneum toch beter voor wiskunde. Op het schriftelijk examen werd ik betrapt met spiekbriefjes: een klasgenoot had me verraden (per ongeluk? omdat hij naar mij had gewezen om degene die naast hem zat te tonen “dat ik weer bezig was”)

Voor het schooljaar 1961-1962 stapte ik dan maar over van de Latijnse naar de Moderne

In de 3de Moderne van het KAE 1961-1962
(zit ik achteraan rechts in het hoekje)

“De Smets”, onze leraar wiskunde, staat ook achteraan op de foto, naast mij. Voor het schriftelijk examen op het einde van dat schooljaar, moest ik vooraan, aan zijn ‘pupiter’ gaan zitten: “Zo zult ge zeker niet kunnen afschrijven”, zei hij. Waarop ik antwoordde: “Voor wiskunde heb ik dat niet nodig”.

De Moderne … dat was “een wereld van verschil” met de Latijnse: zelfs de turnles was helemaal anders. De sfeer tussen de klasgenoten was warmer, sportiever, vinniger. Er gebeurde altijd wel “iets” waarmee onze onderlinge solidariteit op de proef werd gesteld. Het was een klas vol vechtersbazen: maar wel alleen wanneer ze uitgedaagd werden. Sportief waren we allemaal! “Den Tonke”, net voor mij aan het venster, was bokser. Naast hem: Marnix, internationaal handbalspeler. De “Faa”, “Grauwels”, “Schotte”, … Ikzelf deed toen aan gewichtheffen en romeins worstelen. Geen doetjes dus, in de Moderne.

In de 2de Moderne van het KAE 1963-1964
zat ik – eigenaardig genoeg – vooraan op de foto (met rolkraag)

By the way … zowel in de 3des als in de 2des was ik de eerste van de klas. Toch heb ik mijn “poësis” (alhoewel deze “titel” alleen gebruikt mag worden voor de Latijnse) moeten overdoen: ik was heel “stout” geweest; had een bommetje laten ontploffen in het bureau van de prefect terwijl ik helemaal aan de andere kant van de speelplaats was … maar ik werd weer verraden door één van die leerlingen van de Latijnse. Wat er eigenlijk juist allemaal gebeurde is een verhaal op zich: te lang om hier te vertellen. Ik dubbelde dus mijn schooljaar en was het jaar nadien opnieuw “de eerste van de klas”.

In de 1ste Moderne (Wetenschappelijke) aan het KAE 1964-1965
(de enige gast met een witte pull aan)

De grote schoolmeester achteraan was onze klastitularis, leraar Frans, Emile Kesteman: een schat van een mens. Hij zorgde er zelfs voor dat ik in het jaar 1965 gedichten in het Frans heb kunnen publiceren in het tijdschrift “LES ANALECTES DES PERMANENCES POETIQUES” (Collections PePo). Onze leraar tekenen, Tom Payot, illustreerde er de gedichten. Emile Kesteman zou later ook nog een poëzieclub organiseren in Het Goudblommeke in Papier – La Fleur en Papier Doré.
Rechtsachter mij, met bril en grote glimlach, zit Julien Vrebos.

Dat “de Moderne” veel sportiever waren dan “de Latijnse”, bleek ook uit het feit dat we ook wel eens een voetbalwedstrijd gingen spelen. Hieronder zie je het onoverwinnelijke KAE-elftal van toen, met, staande van links naar rechts: Robert Steuts, Eddy Reynaert, Raymond De Schrijver, Rudi Segebarth, Christian Van Diest, Marc Delapara en gehurkt: Gilbert Noyen, Georges Timmermans, Johan Vermeyen, Henri Vandenberghe (jawel /;-) en Jan Van Riemsdyck.

In juni 1965 behaalde ik dus, aan het Koninklijk Atheneum Etterbeek, mijn Diploma Hoger Secondair plus ook nog het Getuigschrift Hoger Secundair. Waarom dat twee moesten zijn voor de prijs van één? Dat weet ik niet meer: heb ik het ooit geweten, begrepen?
Om hogere studies te kunnen/mogen volgen moest je in die tijd nog een “Bekwaamheidsdiploma tot Hoger Onderwijs” behalen. Toch als je geen diploma had van “Klassieke Humaniora” (de Latijnse dus). Dat behalve ik dan in september 1966.

Rijksnormaalschool Sint-Pieters-Woluwe

Ik wou eigenlijk universitaire studies aanvatten. Maar, aangezien mijn ouders ervan overtuigd waren dat ik daartoe “te lui en te dom” was, werden het eerst twee jaar “Regentaat”, zoals dat in de volksmond werd genoemd. Zo behaalde ik dus eerst, in juni 1967, een diploma voor “Geaggregeerde Lager Secundair Onderwijs”, in Sint-Pieters-Woluwe aan de Rijksnormaalschool (die nu niet meer bestaat) om nadien toch de stap naar de VUB te kunnen/mogen maken.

In de klas met Roland Laridon, leraar Nederlands

Net als aan het Koninklijk Atheneum Etterbeek hadden we ook hier, in de Rijksnormaalschool, te maken met een aantal straffe leraars die ik nooit zal vergeten: Roland Laridon voor Nederlands, Frans Dewreede voor Engels, Lydia Spiessens voor Duits, Guy Maes voor pedagogie en didactiek.

Ik vond ook nog een foto van de klasgenoten op de speelplaats

Op de speelplaats van de RijksNormaalSchool Sint-Pieters-Woluwe ergens in 1966 (?)

Daar zitten 9 schelmen te lachen naar een fotograaf. De namen van die gasten kan ik slechts onvolledig opsommen, ofwel de voornaam, ofwel de familienaam, soms beide:
??? Couck, ??? Jacobs, ??? Junius, John…???…, ??? Van Cauwenbergh, ??? Van Isterdael, Norbert Schottey en Raf Peeters (die allebei ook van het KAE kwamen, net als ik) Henri Vandenberghe.

Op een fancy-fair van de RNS-SPW brachten wij, Raf, Norbert en ikzelf een optreden met Negro-Spirituals (oesje, misschien mag je dat woord tegenwoordig niet meer gebruiken …) onder de naam Woluwe Singers

The Woluwe Singers

en dat was zo’n succes … dat we nog gevraagd werden voor een aantal optredens …

Na die twee jaar aan de Rijksnormaalschool vroeg ik mijn ouder “of ik nog bij hen mocht blijven wonen, zonder huur noch kost en inwoon te moeten betalen”. Ik beloofde van zelf te gaan werken terwijl ik aan de VUB studeerde … om zo ook zelf mijn studies, mijn boeken en mijn andere uitgaven te bekostigen.

En toen was ik eindelijk waar ik moest zijn …
aan de Vrije Universiteit Brussel …
waar Vrij Onderzoek geen loos begrip is.

3
Uncategorized
1 Comment

BEPost & PostNL

Bij BePost
krijgen ze subsidies voor het aanwerven van “laag-geschoolden” zoals ze die noemen. Soms zijn dat zelfs analfabeten: ze kunnen niet (goed) lezen noch schrijven. Dat kan soms nare gevolgen hebben voor de “mensen” die de brieven niet ontvangen die hun geadresseerd waren … maar elders beland zijn.

Er zijn natuurlijk meer De Greef-en en Vandenberghes en Peetersen en Janssensen …

Onlangs viel er een “herinnering” in onze brievenbus, van een parkeerboete waarvan ik mij niet herinner dat ik die eerste maning zou ontvangen hebben. Er werd ook in gedreigd dat de volgende herinnering misschien een aangetekende convocatie voor de rechtbank zou zijn, met nog een nalatigheidsboete bovenop de parkeerboete.
De “nalatigheid” van BePost … daar wordt niets aan gedaan.

Ik ben zelf ook al brieven die verkeerdelijk bij ons terecht kwamen in de juiste brievenbussen gaan steken. Maar er zijn zeker en vast ook mensen die de verkeerd aangekomen post gewoon bij de stapel papier gooien, die in een hoekje ligt te wachten tot ze die komen ophalen.

Ooit zal alles beter functioneren …
Ooit …

Wat PostNL betreft :
De leveranciers van PostNL hebben dan weer een ander probleem:
zij kennen blijkbaar de voorrangsregels van het verkeer in België niet. Let maar op als er één op een rondpunt “afgevlogen” komt … zij stoppen niet, want “Maak plaats, maak plaats, maak plaats, ze hebben ongelooflijke haast”.
“Beware of the white van” is een gekende uitdrukking die zeker past op PostNL.

Maar ja …

in België kan en mag àlles …

3
POLLEN & SOKKEN/Uncategorized
0 Comments

WAAROM HET ALTIJD MOEILIJK IS OM GELD IN TE ZAMELEN …

voor het Goede Doel …

zelfs nu dat gebeurt ten voordele van die fantastische (ver)zorgende personeelsleden van ziekenhuizen en woonzorgcentra die zich nu, in deze coronacrisis, nog veel meer dan voordien (moeten) inzetten voor het welzijn van de bevolking …
wringt het bij mij om GIFTEN te doen aan allerlei instellingen die door de hele maatschappij sowieso voldoende middelen zouden moeten krijgen om efficiënt te kunnen functioneren.

Même si maintenant la situation est particulière,
je me pose à chaque fois la question :
“est-ce que nous devrions “mendier” pour recevoir des DONS
(pour plein de bonnes causes) en général,
si notre pays était géré par UN (seul) gouvernement
qui n’avait pas déjà diminué les budgets
sociaux, santé, enseignement et culture pendant des années”?  

Même pour sauver des banques
on demande aux contribuables de faire des DONS … 

Et pendant ce temps là …
ces banques continuent à verser des dividendes à leurs actionnaires …
Et pendant ce temps là
ces banques licencient du personnel à qui on vient également demander
de faire des DONS pour des bonnes causes.
Un C4 comme “don” ce n’est quand même pas mal, non ?

In deze coronatijden vliegen de vragen om GIFTEN ons dan ook om de oren
en niet alleen voor het personeel van hospitalen en rusthuizen !

Ondertussen vraagt men ook aan onze Kunstenaars,
die anders al dikwijls voor “een aalmoes” moeten optreden,
om “vanuit hun kot” met gulle creativiteit, Schoonheid naar Belgische woonkamers rond te sturen, om onze moed en onze wijsheid op peil te houden om “in ons kot” te blijven.

Peter Hertmans verwoordde het ergens ongeveer zo :
“… en dan mogen muzikanten, die anders in de categorie ‘schooiers’ en ‘profieurs’ gerangschikt worden, gratis komen opdraven, voor het Goede Doel …”

Stefaan Degand (in een interview in De Standaard van 25 april 2020) :
‘Ik ben tegen initiatieven als De Warmste Week, ik ben gewoon voor een warme samenleving. Er moet vooral iets veranderen aan het beleid’

En er zijn meer voorbeelden te vinden van artiesten die met een Groot Hart, ondanks hun Lege Portemonnaie een “benefiet” optreden geven.

Et pendant ce temps là …
dans notre petit pays “riche” (en gouvernements),
une trentaine de (familles) milliardaires planquent leurs “profits”
dans des paradis lointains et nos ministres … ??? …
“rien d’illégal”

Maar “ethisch” ? “menselijk” ?
Om de poen
is het te doen
!!!

1
Uncategorized
0 Comments

SPIJT<=ULTIMA's 2019=>2018

Het Departement Cultuur, organiseerde vandaag,
5 februari 2019, de uitreiking van de Ultima’s 2018.

Beste UltiMia’s /;-)

Spijt dat ik er niet bij was vanavond …
Spijt dat ik er niet bij kon zijn vanavond …
Spijt dat ik er niet van op de hoogte was …
Spijt dat ik niet uitgenodigd werd …
Gewoon …
Spijt !!!

40 jaar Brosella Folk & Jazz
25 jaar Djangofolllies
10 jaar Kristal Klaar
om slechts die drie te vermelden

72 werd ik, in januari 2019.
Je vindt mijn naam zelfs bij de stichtende leden van de Beursschouwburg
en toch … niet uitgenodigd.
Vorig jaar was ik er wel nog bij …
maar dan wel dank zij een ex-collega uit de cultuurwereld.

Maar dit jaar heb ik de Ultima’s niet horen of zien aankondigen …
behalve vandaag, op Radio1 …
maar dan was het al te laat …
wegens andere voordien gemaakte afspraak voor vanavond.

De MIA’s heb ik wèl gezien èn gehoord èn nog eens gezien èn nog eens gehoord …
Het zal wel aan mij liggen.
Cultuur “bedrijven” zonder persoonlijk “winstbejag” …
als puur cultuur voor de cultuur …
als liefde voor de cultuur …
als streven naar Schoonheid …
is niet meer van deze tijd(en).

Spijt !!!
&
Pijn !!!
Het gevoel van “in de prullenmand” beland te zijn.

Met vriendschappelijke groeten,
Amicalement,
Kind regards,

Henri VANDENBERGHE
You, YourSelf & Rie
Sharing the Experience
Onze-Lieve-Vrouwstraat 15
1850 GRIMBERGEN
henri.vandenberghe@gmail.com
RIE : +32 (0)475 30 15 85
https://rieke.brussels


Consultancy, Coaching, Supervising

(Stichtend lid “Tsleutelgat” Haren-Brussel: 1975)
(Premier animateur au Service Jeunesse Ville de Bruxelles en 1976)
(Stichtend lid “Cultureel Animatiecentrum Beursschouwburg”: 1990)
(Founder of Brosella: 1977 – Djangofolllies: 1994 – Kristal Klaar: 2008 – …)
(Bestuurslid “Jeugd en Stad”: 1991-1999)
(Lid Directiecommittee “Jeugd en Muziek Brussel”: 1991-2002)
(Lid van de Bemiddelingscommissie Jeugdbijstand: 1998-2010)
(Erelid OSB-VUB sinds 24 maart 2001)
(Founder Palace Music Club : 2005-2008)
(Vlaams-Brusselprijs 2008 voor Brosella)
(Brusseleir vè et leive: 2014)
(Administrateur asbl “Jeunesses Musicales Bruxelles” – 25 février 2016)
(Bronzen Zinneke de Bronze: 10 Jul 2016)
(Honorary Key Holder Brosella: 28 May 2018)
(Membre de l’asbl “Jazz Station” depuis 3 juillet 2018)
(Membre de l’asbl “SceneOff” vzw: 27 août/augustus 2018)


1
Uncategorized
0 Comments

Blog Cocktail – gezellig, leerzaam en fijn … meer moet dat niet zijn.

Onlangs had ik me ingeschreven om deel te nemen aan een Blog Cocktail.
Ik was al een hele tijd op zoek naar een gelegenheid om een en ander bij te leren over “het bloggen”, om mijn eigen “blog” te kunnen verbeteren. Aangezien ik nog echt een beginneling ben in die zaken, had ik lang getwijfeld of dat wel iets voor mij was, van daar tussen een aantal ervaren bloggers/blogsters te gaan zitten, terwijl ikzelf nog een blog-analfabeet ben … maar ik ben er dan uiteindelijk toch maar op ingegaan.
Nieuwsgierigheid en “goesting” – om bij te leren – hebben het dus gehaald.
En ik heb er geen spijt van !

Het was een gezellige en leerzame bedoening: lekkere hapjes en drankjes en fijne mensen.
Het is altijd boeiend om nieuwe mensen te ontmoeten, te leren kennen.

Maar, wat “bloggen” betreft, heb ik helemaal niets bijgeleerd.
Wèl over “modders en fadders” met kinderen … en ik was waarschijnlijk de enige “zonder” kinderen. Wij, mijn lieve echtgenote en ikzelf, vonden dat er al meer dan volk genoeg op deze wereldkloot rondloopt en rondrijdt …
Ik heb me wel een hele loopbaan bezig gehouden met de kinderen van anderen: eerst in het onderwijs, dan in het jongerenamateurtoneel, dan in de Service de la Jeunesse van de Ville de Bruxelles en in de Bemiddelingscommissie bij Bijzondere Jeugdbijstand.
Maar hierover … (misschien) later meer.

Wat mij vooral opviel bij de dames en die ene andere heer op die Blog Cocktail, was de “spontane eerlijkheid” over hun “kindjes”. Ik heb dat niet dikwijls meegemaakt in mijn loopbaan als jeugdwerker: niet toen ik nog in het onderwijs stond; niet aan de la Ville de Bruxelles; ook niet bij de Bemiddelingscommissie. Mijn ervaring gaat eerder in de richting van “mijn kind, schoon kind”, “mijn kind, braaf kind”, “mijn kind, slims(ste) kind” …

0
Uncategorized
0 Comments

OPEN BRIEF aan Chokri Mahassine over LOSLATEN ? of LOS LATEN ?

OPEN BRIEF aan Chokri Mahassine over LOSLATEN ? of LOS LATEN ?

Geachte heer Mahassine,
Beste Chokri,
Waarde (ex-)Collega,

In De Streekkrant van 10 augustus 2016 stond een interview met jou ter gelegenheid van je 31ste Pukkelpop :

Loslaten is ongelooflijk moeilijk

en sindsdien achtervolgt het mij, dat “loslaten” of “los laten” …
omdat ik al lang beslist had van na de 40ste -(mijn laatste)- Brosella Folk & Jazz (in juli 2016)
het festival dat ik in 1977 stichtte, de fakkel door te geven aan de volgende generatie
omdat ik denk dat dit de enige manier is om je festival de beste kansen te geven voor een lange en positieve toekomst.
Dus, vanuit het idee “een mooie toekomst voor Brosella na mij (ik ben tenslotte al 71)
en toch ook een fijne toekomst voor mij na Brosella” vond ik dat dit het beste was.
Jij was 56 toen jij je 31ste Pukkelpop organiseerde (in augustus 2016).
Ik was 69 toen ik met de vzw “De Vrienden Van Brosella” en de asbl “Les Amis De Brosella”
het 40ste Brosella festival organiseerde.
“Loslaten” moet je toch ooit doen. Dat kan niet anders.

“Loslaten is ongelooflijk moeilijk”
Wie ben ik om je tegen te spreken? Dat zou feitelijk nogal verwaand en arrogant zijn …
Al ben ik nu al een dik jaar mijn best aan ’t doen om Brosella “los te laten”,
jouw Pukkelpop heeft andere katten te geselen gehad dan Brosella.

Maar er is toch nog een belangrijk verschil :
Pukkelpop is big business geworden (al begon het als een initiatief van enkele vrijwilligers van de Humanistische Jongeren).
Brosella was een initiatief van de Jeugddienst van Ville de Bruxelles, waar ik, als allereerste jeugdanimator tewerkgesteld werd in 1975.
Brosella Folk & Jazz groeide uit tot een (bijna) gratis festival, dat de eerste dertig jaar uitsluitend door vrijwilligers werd georganiseerd
en pas de laatste tien jaar beschikt over enkele bezoldigde personeelsleden.

De organisator/stichter van Pukkelpop noemen ze in het artikel “een slimme zakenman”.
Dat zal wel zijn, als je ziet wat jij van een initiatief van een jeugdvereniging hebt gemaakt !
De stichter van Brosella was nooit goed “in zaken doen”, maar hij heeft ook veel gedaan om “mensen samen te brengen”.
Ik denk dat dit laatste alvast een punt van gelijkenis is tussen beide festivals.
Of je nu “een slimme zakenman” bent of een “diep overtuigde vrijwilliger”, de zoektocht om de schoonheid van muziek
in alle vriendschap met zoveel mogelijk mensen te delen, vraagt wel veel volharding, kracht en wijsheid en ook wel wat gezond verstand.
Zonder deze ingrediënten moet men er niet aan beginnen om gelijk welk festival te organiseren, denk ik.
Of het nu een groot of een klein festival is.

Men zegt me dat “een festival loslaten” dat je zelf jaren geleden uit de grond hebt gestampt,
redelijk wat gelijkenissen vertoont met “een kind loslaten” dat na jaren thuis het warme nest verlaat.
Dat is misschien wat overdreven, maar toch …
In ieder geval kan ik daar niet over meespreken.
Ik heb mij gedurende mijn hele “loopbaan” bezig gehouden met de kinderen van anderen:
in het onderwijs, in de jeugddienst, in de bemiddelingscommissies van jeugdbijstand, …
Loslaten is altijd moeilijk, maar het zou, naar het schijnt, minder moeilijk zijn als je zelf merkt
of van anderen hoort “dat alles goed gaat” met je kind.

Toen ik met pensioen ging, na mijn werk aan de Jeugddienst van de Ville de Bruxelles
had ik helemaal geen last van “loslaten”.

“loslaten” maakt toch ook gewoon deel uit van ons dagelijks leven.
Ouder worden gaat sowieso al gepaard met “leren los laten”.
Vanaf “een bepaalde leeftijd”, of moet ik eerder spreken van “een bepaalde ouderdom”, besef je
dat je die zware koffer niet meer kan tillen … (maar daar dienen wieltjes voor)
dat je die naam niet meer kan onthouden … (maar die kan je terugvinden in je adresboek)
dat je verveeld bent omdat je die persoon niet meer had herkend … (maar dan verontschuldig je je toch gewoon)
dat je “niet meer zo kort op de bal” kan spelen … maar eigenlijk is dat niet zo erg … je moet er gewoon wat vroeger aan beginnen.

Ach … “loslaten” …
Je moet je ouders “definitief” laten gaan, andere familieleden ook, vrienden, kennissen …
sommigen waren zelfs (veel) jonger dan jij toen ze je verdwaasd achterlieten …

Ik heb het voorbije jaar (2017) nogal veel nagedacht over “loslaten” in het algemeen …
en over “los laten” in het bijzonder : meer dan ooit tevoren.
Zo dacht ik bij voorbeeld dikwijls aan 3 van mijn overleden Beste Vrienden :
Geert Currinckx, Marc Bens, Antoine Courtmans, …
En telkens ik aan die Goede Vrienden dacht …
kwamen er mooie herinneringen naar boven …
van wat wij samen zoal hebben “verzet” :
pinten, poëzie, liefdes, de schoonheid van het leven …
gueuze, whiskey, folk, jazz, blues, onze kracht (vooral toen we nog aan judo, romeins worstelen en gewichtheffen deden) …
gouden carolus, zilveren toneel, bronzen zinnekes, glazen wijsheid (al was die dan soms al “in de kan”) …

En ik denk ook dikwijls aan al die andere Belangrijke Mensen die ik op mijn pad heb gekruist
en aan dewelke ik zoveel te danken heb …
(te veel om op te sommen) !!!
en die ik heb moeten los laten, omdat zij reeds zijn “gegaan” naar waar wij ooit allemaal zullen gaan.

“loslaten is inderdaad ongelooflijk moeilijk”, Chokri …
maar het kan niet anders !

Er is voor iedereen altijd “een leven ervoor en een leven erna”
bij alle belangrijke gebeurtenissen in dat leven
en diegenen die daar ervaring mee hebben begrijpen elkaar zonder woorden.

Met vriendschappelijke groeten,
Amicalement,
Kind regards,

Me, MySelf & Rie
Henri VANDENBERGHE
Onze-Lieve-Vrouwstraat 15
1850 GRIMBERGEN
henri.vandenberghe@gmail.com
RIE : +32 (0)475 30 15 85


Consultancy, Coaching, Supervising
(Founder of Brosella-Djangofolllies-KristalKlaar-…)
(Erelid OSB-VUB sinds 24 maart 2001)
(Vlaams-Brusselprijs 2008 voor Brosella)
(Bronzen Zinneke sinds juli 2016)


 

“Hier laat ik je los, Tim, van hieraf moet je gaan”

Wim de Craene

 

“Alleen Tim zei dat hij hoe langer hoe meer geloofde dat geluk niet zozeer gaat over krijgen wat je wil, maar over aanvaarden en loslaten wat je niet en nooit meer wilt, waardoor je jezelfd dan ook kan toestaan wat je blij maakt …” (uit “GEZIEN DE FEITEN” van Griet Op de Beeck)

13
poetRIE/Uncategorized
0 Comments

“Legende von der Entstehung des Buches Tao Te King auf dem Weg des Laotse in die Emigration” (Bertolt Brecht)

1

Als er Siebzig war und war gebrechlich
Drängte es den Lehrer doch nach Ruh
Denn die Güte war im Lande wieder einmal schwächlich
Und die Bosheit nahm an Kräften wieder einmal zu.
Und er gürtete die Schuh.

2

Und er packte ein, was er so brauchte:
Wenig. Doch es wurde dies und das.
So die Pfeife, die er abends immer rauchte
Und das Büchlein, das er immer las.
Weißbrot nach dem Augenmaß.

3

Freute sich des Tals noch einmal und vergaß es
Als er ins Gebirg den Weg einschlug
Und sein Ochse freute sich des frischen Grases
Kauend, während er den Alten trug.
Denn dem ging es schnell genug.

4

Doch am vierten Tag im Felsgesteine
Hat ein Zöllner ihm den Weg verwehrt:
Kostbarkeiten zu verzollen?” – “Keine.”
Und der Knabe, der den Ochsen führte, sprach: “Er hat gelehrt.”
Und so war auch das erklärt.

5

Doch der Mann in einer heitren Regung
Fragte noch: Hat er was rausgekriegt?
Sprach der Knabe: Daß das weiche Wasser in Bewegung
Mit der Zeit den harten Stein besiegt.
Du verstehst, das Harte unterliegt.

6

Daß er nicht das letzte Tageslicht verlöre
Trieb der Knabe nun den Ochsen an
Und die drei verschwanden schon um eine schwarze Föhre
Da kam plötzlich Fahrt in unsern Mann
Und er schrie: He, du! Halt an!

7

Was ist das mit diesem Wasser, Alter?
Hielt der Alte: Interessiert es dich?
Sprach der Mann: Ich bin nur Zollverwalter
Doch wer wen besiegt, das interessiert auch mich.
Wenn du’s weißt, dann sprich!

8

Schreib mir’s auf! Diktier es diesem Kinde!
So was nimmt man doch nicht mit sich fort.
Da gibt’s doch Papier bei uns und Tinte
Und ein Nachtmahl gibt es auch: ich wohne dort.
Nun, ist das ein Wort?

9

Über seine Schulter sah der Alte
Auf den Mann: Flickjoppe. Keine Schuh.
Und die Stirne eine einzige Falte.
Ach, kein Sieger trat da auf ihn zu.
Und er murmelte: Auch du?”

10

Eine höfliche Bitte abzuschlagen
War der Alte, wie es schien, zu alt.
Denn er sagte laut: Die etwas fragen
Die verdienen Antwort. Sprach der Knabe: Es wird auch schon kalt.
Gut, ein kleiner Aufenthalt.

11

Und von seinem Ochsen stieg der Weise
Sieben Tage schrieben sie zu zweit
Und der Zöllner brachte Essen (und er fluchte nur noch leise
Mit den Schmugglern in der ganzen Zeit).
Und dann war’s soweit.

12

Und dem Zöllner händigte der Knabe
Eines Morgens einundachtzig Sprüche ein.
Und mit Dank für eine kleine Reisegabe
Bogen sie um jene Föhre ins Gestein.
Sagt jetzt: kann man höflicher sein?

13

Aber rühmen wir nicht nur den Weisen
Dessen Name auf dem Buche prangt!
Denn man muß dem Weisen seine Weisheit erst entreißen.
Darum sei der Zöllner auch bedankt:
Er hat sie ihm abverlangt.

 

 

4
%d bloggers liken dit: